9. Grondslagen resultaatbepaling

In de jaarrekening worden de baten en lasten (exploitatie) toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. De verdeling van de directe en de doorbelaste apparaatslasten (indirecte materiële kosten en indirecte personeelslasten) zijn in de rekening gebaseerd op begrote ureninzet. Met betrekking tot de kostenverdeling wordt voor een toelichting verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.

  2. Stortingen in en onttrekkingen uit de algemene reserve worden in de rekening verwerkt.

  3. Het rekeningsaldo van het vorig verslagjaar is gestort in de algemene reserve. Beschikkingen over dit rekeningsaldo worden als bijdrage uit de algemene reserve in de jaarrekening verwerkt.

  4. Volgens art. 40a BBV zijn onder de overlopende activa opgenomen de van derden nog te ontvangen voorschotbedragen, die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.

  5. Volgens art. 49 BBV zijn onder de OVP opgenomen de van derden ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

  6. Schoningsacties voor debiteuren en crediteuren met betrekking tot oude dienstjaren en balansverplichtingen worden naar gelang de aard van een correctie verwerkt in een desbetreffend programma van de rekening van baten en lasten en beïnvloeden op deze wijze mede het resultaat. Voor zover het vrijval betreft met betrekking tot reserves en doeluitkeringen komen de bedragen ten gunste van de betreffende reserves en programma's.

  7. De afschrijvingen vinden plaats in overeenstemming met de nota IWA. Deze nota is op 13 december 2013 door Provinciale Staten vastgesteld (statenbesluit 6655) en is geldend tot en met het jaar 2017. De eerste afschrijving heeft plaats in het jaar na de activering. De berekening van de afschrijvingen vindt plaats over de verkrijgingsprijs onder aftrek van subsidies en bijdragen van derden.

  8. In tegenstelling tot wat in de nota IWA is bepaald voor bedrijfsgebouwen, geldt voor de afschrijving van het provinciehuis een termijn van 30 jaar en de afschrijving begint in het jaar van aanschaf. Deze afschrijving is bepaald in de besluitvorming door Gedeputeerde Staten inzake de aankoop van het provinciehuis.

  9. De instelling van een voorziening vereist geen afzonderlijk besluit van Provinciale Staten, maar geschiedt financieel-technisch via de vaststelling van de programma's van de begroting/jaarrekening of via begrotingswijziging.

  10. In verband met de invoering van het BTW-compensatiefonds per 1 januari 2003 worden de lasten netto verantwoord. De betaalde en bij het BTW-compensatiefonds teruggevorderde BTW verloopt via balansrekeningen.

  11. Inherente onzekerheid met betrekking tot de MRB. De motorrijtuigenbelasting wordt door de belastingdienst bij de burgers van de provincie Zuid-Holland geïnd. De provincie Zuid-Holland beschikt niet over inzicht in de administratie van de belastingdienst en ontvangt geen zekerheid in de vorm van een controleverklaring van een onafhankelijke accountant bij de periodieke verantwoordingsinformatie van de belastingdienst. De verantwoordingsinformatie van de belastingdienst is door de provincie Zuid-Holland niet controleerbaar.