Baten

Baten

De baten bedragen € 679,4 mln. Onderstaande diagram geeft de baten per programma weer.

Specificatie baten Begroting 2016 (bedragen x € 1 mln)

Onderwerp

Bedrag

 

1 opcenten MRB

323,0

48%

2 Provinciefonds

248,8

37%

3 Bijdragen derden

75,1

11%

4 Overige baten

32,5

5%

Totaal

679,4

100%

1. opcenten MRB

De opbrengst uit de provinciale belastingen (opcenten Motorrijtuigenbelasting) zijn vrij besteedbaar. In de wet is deze belasting opgenomen als algemene belasting. Zie ook in dit hoofdstuk de paragraaf Financiële Ruimte, onderdeel 21 en 24.

2. Provinciefonds

Het Provinciefonds is via het zogeheten accres gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Het betreft algemene middelen, waarbij de provincies de vrijheid hebben om deze naar eigen keuze in te zetten. Dit geldt in principe ook voor de zogenaamde decentralisatie-uitkeringen. Deze uitkeringen hebben wel een relatie met een specifieke taak, maar het staat de provincies vrij om meer of minder geld dan de decentralisatie-uitkering te besteden aan de uitvoering van de taak.

In een aantal gevallen betreft de decentralisatie-uitkering incidentele middelen voor de uitvoering van een bepaald project waarbij ook andere partijen zijn betrokken en waarbij afspraken zijn gemaakt over de omvang van de inzet van de middelen. In die gevallen is er sprake van bestuurlijke of juridische beklemming.

Specificatie van de uitkering Provinciefonds (bedragen x € 1 mln)

Onderwerp

Bedrag

Meicirculaire 2015

 

Algemene uitkering

97,0

Decentralisatie-uitkeringen

153,8

Totaal

250,8

Behoedzaamheid (zie ook Budgettair kader, paragraaf Financiële ruimte, onderdeel 3)

- 2,0

Totaal Provinciefonds Begroting 2016

248,8

 
Overzicht decentralisatie-uitkeringen Meicirculaire en Septembercirculaire 2015 (bedragen x € 1 mln)

Onderwerp

Bedrag

Rijksbijdrage verkeer en vervoer (voormalig BDU)

95,0

Natuur

32,7

Bodemsanering

4,1

Monumentenzorg t/m 2018

3,0

Sterke regio's / Coolport

1,0

BRZO-inrichtingen en RIE-4 installaties

2,7

Programma impuls omgevingsveiligheid 2015-2018

15,3

Totaal decentralisatie-uitkeringen

153,8

Hieronder volgt een nadere toelichting op eventuele juridische beklemming van de budgetten die zijn gedekt uit de decentralisatie-uitkeringen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de decentralisatie-uitkeringen slechts een van de algemene dekkingsmiddelen is, naast bijvoorbeeld de algemene uitkering Provinciefonds en de inkomsten uit de opcenten Motorrijtuigenbelasting. De totale begroting is structureel in evenwicht, maar er is geen één op één relatie aan te geven tussen specifieke exploitatiebudgetten en de algemene dekkingsmiddelen.

Rijksbijdrage verkeer en vervoer, voormalig BDU

Dit betreft twee uitkeringen:

  • € 93,1 mln Rijksbijdrage verkeer & vervoer.

  • € 1,9 mln Rijksbijdrage projecten verkeer en vervoer.

In verband met een wijziging van de wet BDU ontvangt de provincie Zuid-Holland met ingang van 2016 een rijksbijdrage verkeer en vervoer en een rijksbijdrage projecten verkeer en vervoer. De rijksbijdragen vervangen de BDU. De administratieve afhandeling van de BDU zal nog enkele jaren zichtbaar blijven in de planning & control producten. Bij Voorjaarsnota 2016 zullen concrete voorstellen worden voorgelegd.

De ontvangen rijksbijdragen worden door middel van een Bestedingsplan aangewend. Belangrijke uitgaven zijn de subsidies in het kader van de OV concessies en contracten.

Natuur

In het Natuurpact 2013 is de overdracht van taken en verantwoordelijkheden van Rijk naar provincie vastgelegd. Via de decentralisatie-uitkering ontvangt de provincie een bedrag voor het beheer en de aanleg van natuur. Vanwege een kasschuif is het bedrag in 2014 en 2015 verlaagd. In 2016 en 2017 wordt deze verlaging gecompenseerd met een extra uitkering. Vanaf 2016 worden de middelen ook ingezet voor de aanleg van Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur.

Bodemsanering

De uitkering uit het Provinciefonds voor bodemsanering wordt ingezet voor het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020, dat is afgesloten tussen het ministerie van IenM, IPO, UvW en VNG. Hierin zijn afspraken gemaakt over de uitvoering van het bodembeleid en de daarvoor beschikbare financiën.

Monumentenzorg

De monumentenzorg wordt voor de helft (€ 1,5 mln) uitgevoerd binnen de erfgoedlijnen en voor de andere helft (€ 1,5 mln) buiten de erfgoedlijnen. Voor beide zijn subsidieregelingen en plafonds vastgesteld en op basis hiervan zijn beschikkingen opgesteld.

Sterke regio's

Deze uitkering loopt af in 2016. De uitkering heeft betrekking op Coolport. Middelen van Coolport zijn toegewezen aan het project kwaliteitsnet goederenvervoer. Deze worden gebruikt als dekking voor het MPI en zijn in het geheel juridisch beklemd.

BRZO-inrichtingen (Besluit Risico Zware Ongevallen 1999) en RIE-4-installaties (Richtlijn Industriële Emissies-categorie 4).

Provincies nemen vanaf 1 januari 2016 van gemeenten het bevoegd gezag over voor alle BRZO-inrichtingen en RIE-4-installaties. Onze provincie ontvangt conform de Septembercirculaire 2015 in 2016 € 2,7 mln en vanaf 2017 structureel € 2,6 mln.

Programma impuls omgevingsveiligheid 2015-2018

De provincie ontvangt conform de Septembercirculaire 2015 voor impuls omgevingsveiligheid voor 2016 € 15,3 mln. Het programma loopt door tot 2018. De decentralisatie-uitkering voor de jaren na 2016 worden in 2016 gepubliceerd. Om de kwaliteit van het omgevingsveiligheid verder te verbeteren zijn Rijk, provincies en gemeenten samen met de brandweer in 2015 gestart met het programma Impuls Omgevingsveiligheid. De Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) is een belangrijk instrument om in de periode 2015 tot en met 2018 die borging van omgevingsveiligheid alsnog te realiseren.

De impuls bestaat uit vier deelprogramma's met een eigen doelstelling:

  1. BRZO (Besluit Risico Zware Ongevallen 1999).

  2. Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS)

  3. Informatie en Kennisinfrastructuur

  4. Lokaal Externe Veiligheidsbeleid

Het programma is opgesteld door vertegenwoordigers van IPO, de gezamenlijke provincies, VNG, Brandweer Nederland en het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en in het Bestuurlijk Omgevingsberaad geaccordeerd.

3. Bijdragen derden

Bijdragen derden (bedragen x € 1 mln)
 

Bedrag

Rijksbijdragen

41,0

Mobiliteitsprojecten en -activiteiten

12,7

Inkomsten G.Z-H

10,1

EU bijdragen

7,0

Overig

4,3

Totaal

75,1

Bijdragen van derden betreffen voor een groot deel doeluitkeringen van het Rijk voor specifieke doelen (€ 41 mln). Deze zijn juridisch beklemd. Doeluitkeringen dienen te worden besteed aan het desbetreffende doel. Als dat niet het geval is, bestaat er een terugbetalingsverplichting. Over de besteding wordt verantwoording afgelegd aan het Rijk, bijvoorbeeld door middel van de Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa) bij de jaarrekening. Hieronder volgt een specificatie van de rijksbijdragen.

Doeluitkeringen van het Rijk / inzet overlopende passiva (bedragen x € 1 mln):
 

Bedrag

Ontwikkelopgave natuur

27,4

Project Mainport Rotterdam

6,9

ISV3

2,5

Bedrijvenregeling bodemsanering

1,8

Voordelta Maasvlakte 2

1,3

Natura 2000 PAS

0,7

Zandmotor

0,3

Boeren voor natuur

0,1

Totaal

41,0

Doeluitkeringen waarvoor een terugbetalingsregeling bestaat worden, conform de uitgangspunten van het BBV, op de balans gereserveerd als ze in het jaar van de uitkering niet tot besteding komen. Dit zijn zogenaamde overlopende passiva (OVP). In het jaar dat de middelen tot besteding komen, worden ze als baat in de begroting opgenomen.

Naast de doeluitkeringen van het Rijk zijn er ook overige juridisch beklemde bijdragen van derden (circa € 30,0 mln) waaronder bijdragen van gemeenten en EU-bijdragen. De grootste posten zijn:

  • € 10 mln inkomsten Groenservice Zuid-Holland. Deze zijn juridisch beklemd op basis van dienstverleningsovereenkomsten met de natuur- en recreatieschappen.

  • € 12,7 mln bijdragen aan mobiliteitsprojecten en -activiteiten. Deze middelen zijn juridisch beklemd als gevolg van afspraken met derde partijen. Het gros van deze middelen is projectgebonden. Enkele voorbeelden van activiteiten die hieronder vallen zijn: regionaal overleg verkeersveiligheid, brugbediening, gladheidsbestrijding en exploitatie Waterbus.

  • € 7 mln EU bijdrage, waarvan: € 6,8 mln voor Agrarisch Natuurbeheer / POP 3, € 0,1 mln voor Frames en € 0,1 mln afrekening EFRO subsidie

4. Overige baten (€ 33 mln)

Dit betreft onder andere:

  • Rente € 28,1 mln. Dit betreft een baat in programma Middelen op basis van de aan de activa toegerekende rente. De toegerekende rente (€ 28,1 mln), verminderd met de werkelijke rentelasten van geldleningen (€ 21,3 mln), vormt dit de zogenaamde bespaarde rente (€ 6,8 mln). Dit voordeel ontstaat doordat activa zijn gefinancierd met eigen vermogen. Hierdoor zijn de werkelijke rentelasten van geldleningen lager dan de aan de activa toegerekende rente. Vanaf het moment dat er meer vreemd vermogen moet worden aangetrokken, zal dit voordeel verdwijnen. Zie ook de paragraaf Financiering in deze begroting.

  • Uitvoering Wabo € 2,1 mln.

  • Precario- en legesopbrengsten € 1,1 mln.