Financieel Beeld

In het financieel beeld worden gepresenteerde cijfers afgerond weergegeven.

Voor u ligt de het financieel beeld bij de Jaarstukken 2016. In het financieel beeld wordt een samenvatting gegeven van het rekeningresultaat en de beklemming er van. Vervolgens worden de belangrijkste mutaties van het eigen vermogen, de voorzieningen en de overlopende passiva behandeld. Tenslotte worden de financiële kengetallen weergegeven.

Rekeningresultaat

Het rekeningresultaat over 2016 bedraagt € 35 mln positief. Dit is het resultaat dat resteert ná verrekening met de reserves. In onderstaande tabel staat het gerealiseerd resultaat 2016 weergegeven, afgezet tegen het resultaat uit de (gewijzigde) begroting zoals die bij de Najaarsnota 2016 is gepresenteerd. Bij de Najaarsnota 2016 werd nog uitgegaan van een budgettair neutraal rekeningresultaat.

Overzicht baten en lasten 2016

Bedragen x € 1.000

Begroting bij Najaarsnota 2016 (a)

Jaarrekening 2016 (b)

Afwijking 2016 (b) -“ (a)

V/N

Lasten

743.005

665.162

77.843

V

Baten

793.501

846.054

52.553

V

Totaal saldo baten en lasten

50.496

180.892

130.396

V

Bijdragen uit reserves

216.974

188.777

-28.197

N

Toevoegingen aan reserves

267.470

334.699

-67.229

N

Saldo mutatie reserves

-50.496

-145.922

-95.426

N

Rekeningresultaat

0

34.970

34.970

V

Het rekeningresultaat van € 35 mln positief is onder te verdelen naar:

  1. niet beïnvloedbaar resultaat € 8,6 mln

  2. beperkt beïnvloedbaar resultaat € 5,4 mln

  3. beïnvloedbaar resultaat € 21,0 mln

Niet beïnvloedbaar resultaat betreft afwijkingen ten opzichte van de bij de Najaarsnota gepresenteerde (gewijzigde) begroting, waarop de provincie niet kan sturen. Beperkt beïnvloedbaar resultaat betreft afwijkingen ten opzichte van de bij de Najaarsnota gepresenteerde (gewijzigde) begroting waarop de provincie wel kan sturen, maar de mogelijkheid daartoe is beperkt. Beïnvloedbaar resultaat betreft de afwijkingen ten opzichte van de bij de Najaarsnota gepresenteerde (gewijzigde) begroting waarop de provincie kan sturen.

Niet beïnvloedbaar resultaat

Dit betreft de effecten uit de September- en Decembercirculaire. Deze circulaires worden ontvangen na het moment van opstellen van de Najaarsnota en zijn daarin derhalve niet verwerkt. Het effect van de September- en Decembercirculaire in het rekeningresultaat van 2016 bedraagt € 8,6 mln.

Beperkt beïnvloedbaar resultaat

Het beperkt beïnvloedbaar resultaat betreft onderwerpen waarop de provincie in enige mate kan sturen, maar waarvan het resultaat bij de Najaarsnota nog niet dusdanig duidelijk is dat dit cijfermatig kan worden verwerkt in de Najaarsnota. In 2016 gaat het om de vrijval van verleende subsidies en de mutatie in de voorziening pensioenen GS.

In de Najaarsnota is melding gemaakt van een mogelijke vrijval van verleende subsidies voor bedrijventerreinen van € 5 mln. Omdat deze ten tijde van opstellen van de Najaarsnota nog onzeker was, is deze niet cijfermatig verwerkt in de Najaarsnota. Daarnaast is PS in december geïnformeerd over de vrijval van de verleende subsidie erfgoedlijnen van Wierickerschans. De in 2016 gerealiseerde vrijvallen bedragen te samen € 5,4 mln.

Beïnvloedbaar resultaat

Naast de niet beïnvloedbare en beperkt beïnvloedbare afwijkingen op de begroting resteren de zaken waarbij de provincie de mogelijkheid heeft te sturen. De drie belangrijkste zijn:

  1. Resultaat programma Mobiliteit € 10,4 mln

  2. Groen, UPG, NNN (doel 1.3 t/m 1.5 excl. 1.3.4 incl. 3.4.3) € 7,5 mln

  3. Apparaatslasten € 3,1 mln

Onder 'Het rekeningresultaat nader gespecificeerd' worden de zaken die hebben bijdragen aan het rekeningresultaat (groter dan € 1 mln) toegelicht.

Bestemming en beklemming

Provinciale Staten besluiten bij het vaststellen van de jaarstukken over de bestemming van het rekeningresultaat. In de regel wordt voorgesteld om het rekeningresultaat ten gunste van de algemene reserve te brengen. Bij Voorjaarsnota vindt vervolgens een integrale afweging plaats voor nadere bestemming van de middelen. Onderdeel van de integrale afweging bij Voorjaarsnota 2017 betreft het bestemmen van middelen waarvoor in 2016 of eerder wel juridische verplichtingen zijn aangegaan of bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar die nog niet tot uitvoering zijn gebracht. Deze middelen worden bij jaarrekening gedefinieerd als beklemd; de middelen blijven beschikbaar voor het betreffende doel.

Beklemming geldt voor de decentralisatie-uitkeringen uit de September- en Decembercirculaire, het gesloten systeem voor groen en mobiliteit uit het Hoofdlijnenakkoord, de afspraken met de vakbonden met betrekking tot niet bestede middelen voor gedifferentieerd belonen en besluiten door PS genomen in 2016 over beklemming van (een deel van) het resultaat en of vrijvallende middelen.

Van het rekeningresultaat 2016 van € 35 mln is op grond van bovenstaande € 21,5 mln beklemd. Daarmee resteert € 13,5 mln die beschikbaar blijft voor integrale afweging bij Voorjaarsnota. Onderstaand zijn de beklemde middelen weergegeven:

  • Beklemd deel rekeningresultaat (bedrage x € 1 mln):
  • Decentralisatie-uitkeringen Provinciefonds (doel 5.1) € 5,9 mln
  • Fort Wierickerschans (doel 3.6) € 1,2 mln
  • Transparante Open Provincie (TOP) € 0,2 mln
  • Apparaatslasten - gedifferentieerd belonen € 0,5 mln
  • Groen, UPG en NNN (doel 1.3 t/m 1.5 excl. 1.3.4 incl. 3.4.3) -“ inclusief apparaatslasten € 8,0 mln
  • Mobiliteit (doel 2.1 en 2.2) -“ inclusief apparaatslasten € 5,8 mln
  • Totaal € 21,5 mln

Het rekeningresultaat nader gespecificeerd

Bij de 3e W-vraag in de programmaverantwoording wordt per doel een analyse gegeven van de verschillen tussen bij de Najaarsnota gepresenteerde (gewijzigde) begroting en de rekening. De belangrijkste verschillen, groter dan

€ 1 mln zijn hieronder kort toegelicht.

Belangrijkste verschillen die het rekeningresultaat hebben veroorzaakt (bedragen x € 1 mln):

  1. Apparaatslasten (alle doelen) - deels beklemd € 3,2 mln

  2. Groen, UPG en NNN (doel 1.3 t/m 1.5 excl. 1.3.4 incl. 3.4.3) - beklemd € 7,5 mln

  3. Mobiliteit - (doel 2.1 en 2.2) - beklemd € 3,2 mln

  4. Mobiliteit - (doel 2.1) - niet beklemd € 3,8 mln

  5. Een groeiende, duurzame en innovatieve economie (doel 3.1) € 1,0 mln

  6. Beter benut (bebouwd) gebied (doel 3.3) € 1,4 mln

  7. Subsidie-afrekeningen bedrijventerreinen (doel 3.5) € 5,4 mln

  8. Beschermd, bekend en leefbaar cultureel erfgoed (doel 3.6) € 1,4 mln

  9. Voorziening pensioenen GS (doel 4.1) - € 1,4 mln

  10. Slagvaardig, toekomstbestendig en transparant bestuur (doel 4.1) € 1,3 mln

  11. Provinciefonds (doel 5.1) -“ deels beklemd € 8,6 mln

  12. Motorrijtuigenbelasting (doel 5.1) - € 1,6 mln

  13. Reserve Groot onderhoud MJOP gebouwen (doel 5.1) - € 3,5 mln

  14. Overige verschillen < € 1 mln € 4,6 mln

  1. Apparaatslasten (€ 3,2 mln voordeel) - deels beklemd

De onderuitputting van de budgetten voor apparaatslasten is in totaal voor € 3,2 mln. Deze onderuitputting vindt haar oorsprong in een voordeel op loonkosten van € 2,6 mln en een voordeel op overige indirecte kosten van

€ 0,6 mln. Binnen de loonkosten is een voordeel van € 0,5 mln op gedifferentieerd belonen. Dit voordeel wordt in geheel beklemd als gevolg van afspraken uit de CAO daarover.

Van het resterende deel van het voordeel op apparaatslasten (excl. gedifferentieerd belonen) heeft € 0,5 mln betrekking op Groen, UPG en NNN en € 2,3 mln betrekking op Mobiliteit. Vanwege de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord, om middelen voor Groen en Mobiliteit beschikbaar te houden, worden deze middelen beklemd.

  1. Uitvoeringsprogramma Groen ( UPG) en Nationaal Natuur Netwerk (NNN) (€ 7,5) mln voordeel - geheel beklemd

Van het voordelige resultaat is € 4,8 mln veroorzaakt door UPG projecten die in 2016 nog niet zijn afgerond en lagere subsidietoekenningen en -“ afrekeningen. Daarnaast is er is een voordeel van € 0,3 mln in de budgetten voor Participatie in Recreatieschappen en beheer en onderhoud van Provinciale Recreatiegebieden (PRG's) voornamelijk als gevolg van een verrekening met het Koepelschap Buitenstedelijk Groen. Tenslotte heeft € 2,4 mln van het resultaat betrekking op de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) en de budgetten voor Natura 2000. Hiervoor zijn diverse oorzaken als vertraging in de uitwerking en vergunningverlening, en uitloop van werkzaamheden.

Het voordelig resultaat is beklemd als gevolg van juridische en bestuurlijke verplichtingen en de afspraak in het Hoofdlijnenakkoord dat middelen voor UPG en NNN voor dit doel beschikbaar blijven (gesloten systeem).

Afwijkingen van de realisatie 2016 in vergelijking tot de begroting van 2016 hebben gevolgen voor de toekomstige programmering van de uitvoering van de beleidsdoelen Groen. Om de uitvoeringsresultaten, de bestedingen en programmering van de beleidsdoelen Groen beter te verbinden is thans het voortgangsrapport met betrekking tot de beleidsdoelen Groen "Voortgang Groen 2016" ontwikkeld. Ter realisatie van de genoemde betere verbinding worden naast dit instrument het Programma Zuid-Hollands Groen en het Kaderbesluit Groen in de Planning & Control cyclus ontwikkeld.

  1. Mobiliteit (€ 3,2 mln voordeel) - geheel beklemd

Het voordelig rekeningresultaat in dit programma wordt voor € 3,6 mln veroorzaakt door opgelopen vertraging in de uitvoering van het planmatig beheer en onderhoud. Afwijkingen in onder andere de uitgaven voor gladheidsbestrijding, uitstel van vervanging vervoermiddelen, lagere beheer- en onderhoudslasten, lagere kosten voor verkeersbeleid veroorzaken een voordelig rekeningresultaat van € 2,1 mln. Daarnaast wordt het rekeningresultaat voor € 0,9 mln veroorzaakt door kleinere verschillen die hun oorsprong vinden in wijzigingen van planningen gecombineerd met lagere kosten. Zie programma 2 voor een nadere toelichting.

Het voordelig resultaat is beklemd als gevolg van juridische en bestuurlijke verplichtingen en de afspraak in het Hoofdlijnenakkoord dat middelen voor Mobiliteit voor dit doel beschikbaar blijven (gesloten systeem).

  1. Mobiliteit (€ 3,8 mln voordeel) - niet beklemd

Bij de verwerking van de Kadernota 2015 en het kaderbesluit infrastructuur 2015 in de begroting is in programma 2 (Bereikbaar en Verbonden) de reeks lange termijn inzicht kapitaal- en beheerslasten verwerkt en daarbij abusievelijk dubbel ingevoerd. Hierdoor zijn de algemene middelen in 2016 teveel belast. Het bedrag valt nu vrij ten gunste van de algemene middelen / financiële ruimte.

  1. Een groeiende, duurzame en innovatieve economie (1 mln voordeel) - niet beklemd

Met betrekking tot het ondersteunen van het toeristisch/recreatief ondernemerschap worden voor € 0,4 mln lagere personele lasten gerealiseerd. Daarnaast valt de begrote storting van € 0,6 mln in de reserve Worldexpo 2025 vrij als gevolg van het stopzetten van dit initiatief.

  1. Beter benut (bebouwd) gebied (€ 1,4 mln voordeel)- niet beklemd

Als gevolg van wijzigingen in de planning en wijzigingen in de begrote lasten zijn op diverse onderwerpen in dit doel lagere lasten gerealiseerd. Het betreft veelal beperkte onderzoeksbehoefte, lagere onderzoekskosten, vertraging in de uitvoering en lagere bijdragen dan eerder voorzien.

  1. Subsidie-afrekeningen regionale economie (€ 5,4 mln voordeel) -“ niet beklemd

De lasten voor dit doel zijn lager uitgevallen door lagere vaststellingen van eerder toegekende subsidies voor bedrijventerreinen (€ 5,4 mln). Deze vrijval werd in de Najaarsnota 2016 op € 5 mln geschat. Vanwege onzekerheid over de uitkomsten is deze vrijval voorzichtigheidshalve niet in de Najaarsnota-cijfers verwerkt.

  1. Beschermd, bekend en leefbaar cultureel erfgoed (€ 1,4 mln vordeel) - deels beklemd

Het resultaat voor dit doel van € 1,4 mln wordt voor € 1,2 mln veroorzaakt door de vrijval van de incidentele subsidie aan Fort Wierickerschans. In de PS vergadering van 14 december 2016 is besloten de vrijvallende middelen te beklemmen en in de Begroting 2017 aan het budget toe te voegen. De overige € 0,2 mln resultaat komt uit diverse kleinere behaalde voordelen.

  1. Voorziening pensioenen GS (€ 1,4 mln nadeel)

Op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is de provincie wettelijk verplicht om zorg te dragen voor het verstrekken van een ouderdoms- of nabestaandenpensioen aan de (oud) leden van Gedeputeerde Staten en/of partners. De kaderstelling (vanuit het ministerie van BZK) voor de berekening van de pensioenverplichtingen voor GS is in het najaar van 2016 bekend gemaakt. De verwerking daarvan heeft tot gevolg dat € 1,4 mln is toegevoegd aan de voorziening.

  1. Slagvaardig, toekomstbestendig en transparant bestuur (€ 1,3 mln voordeel) -“ niet beklemd

Als gevolg van lagere bijdragen (eindafrekeningen) aan nationale en internationale interbestuurlijke samenwerkingsverbanden valt € 0,7 mln vrij in het rekeningresultaat. Daarnaast zijn € 0,6 mln lagere lasten gerealiseerd op het gebied van bestuurs-, rijks- en overige taken. Van het rekeningresultaat op dit doel van € 1,3 mln is € 0,2 mln beklemd voor het programma Transparante Open Provincie (TOP)

  1. Provinciefonds (€ 8,6 mln voordeel) -“ deels beklemd

Ten opzichte van de Najaarsnota 2016 is er, op basis van de September- en Decembercirculaire 2016, sprake van een positieve ontwikkeling van het Provinciefonds. Hiervan heeft € 0,7 mln betrekking op een hogere uitkering door ontwikkeling van het accres, € 2 mln betreft de vrijval van in het Provinciefonds gehanteerde behoedzaamheidsmarge en € 5,9 mln betrekking op hogere decentralisatie-uitkeringen.

Van dit resultaat is € 5,9 mln; de decentralisatie-uitkeringen beklemd.

  1. Motorrijtuigenbelasting (€ 1,6 mln nadeel)

Ten opzichte van de Najaarsnota 2016 zijn de baten van de motorrijtuigenbelasting € 1,6 mln lager; een afwijking van 0,4%.

  1. Reserve Groot onderhoud MJOP gebouwen (€ 3,5 mln nadeel)

In de Begroting 2016 is rekening gehouden met een dotatie aan de voorziening Groot onderhoud MJOP gebouwen. Deze dotatie diende om de meerjarige verbouwingskosten van het provinciehuis te egaliseren. Als gevolg van de wens van PS om de verbouwing van het provinciehuis meer duurzaam aan te pakken dienen de . verbouwingsplannen worden aangepast. Omdat daarmee de planning moet worden herijkt valt daarmee volgens de accountant de noodzaak weg om € 3,5 mln van de begrote storting in de voorziening te storten. Om aan de wensen van PS tegemoet te komen en de middelen beschikbaar te behouden voor dit doel, zijn deze gestort in een nieuw gevormde reserve Groot onderhoud MJOP gebouwen.

Eigen vermogen en reserves

Het eigen vermogen bestaat uit de Algemene reserve, de Programmareserves en het nog te bestemmen rekeningresultaat 2016. Het eigen vermogen nam in 2016 toe met € 180,9 mln (Dit betreft de toename in het eigen vermogen van € 145,9 mln en het bestemde resultaat 2016 van € 35 mln). Het totale eigen vermogen bedroeg op 31 december 2016 € 684,8 mln. Onderstaand diagram geeft de samenstelling hiervan weer.

Bedragen x € 1 mln

Eigen vermogen

per 1-1-2016

Eigen vermogen

per 31-12-2016

Toename /afname

Algemene reserve

84,9

77,4

- 7,5

Programmareserves

381,2

572,4

191,2

Nog te bestemmen resultaat

37,8

35,0

- 2,8

Eigen vermogen

503,9

684,9

180,9

De algemene reserve is ten opzichte van de stand per jaareinde 2015 per saldo met € 7,4 mln afgenomen. Deze afname was in zijn geheel al aangekondigd in de begrotingswijzigingen. De afname wordt verklaard uit de toename als gevolg van de € 37,8 mln toevoeging van het rekeningresultaat 2015, gecorrigeerd met de inzet van de algemene reserve in de Begroting 2016 van € 25,5 mln en tenslotte de afname van € 19,7 mln als gevolg van begrotingswijzigingen uit de voorjaars- en Najaarsnota.

De stand van de algemene reserve moet op basis van de beleidsnota weerstandsvermogen minimaal € 30 mln bedragen. De stand van de algemene reserve per ultimo 2016 is € 77,4 mln en voldoet hiermee aan deze norm.

De programmareserves stijgen in 2016 met € 191,1 mln. Deze stijging was voor € 95,7 mln al aangekondigd in de begrotingswijzigingen bij voor- en Najaarsnota. Aanvullend op de aangekondigde stijging uit voor- en Najaarsnota zijn de programmareserves bij de jaarrekening verder met € 95,4 mln gestegen. Van die stijging, ten opzichte van de begrotingswijzigingen, wordt € 55 mln verklaard door factoren (omzetting van een OVP's als gevolg van het vervallen van de terugbetaalverplichting) die niet door de provincie te beïnvloeden zijn. De overige afwijkingen (> € 3 mln) tussen begrote en gerealiseerde reservemutaties zijn:

  • Decentralisatieakkoord natuur 7,2 mln
  • Egalisatiereserve exploitatie projecten PZI 6,7 mln
  • RijnGouwelijn 10,9 mln
  • Meerjarenplan Bodemsanering 4,0 mln
  • Overcommitering OP-West 3,5 mln
  • Groot onderhoud MJOP gebouwen 3,5 mln

Programmareserves

De programmareserves zijn per saldo toegenomen met € 191,1 mln. Onderstaand diagram is een overzicht van de belangrijkste reserves (> € 5 mln) op 1 januari 2016 (beginbalans) en 31 december 2016 (eindbalans).

Saldo programmareserves naar onderwerp (> € 5 mln)

De belangrijkste mutaties (> € 5 mln) in programmareserves in 2016 waren:

  1. Programma 1 Groene Ambities - € 6,0 mln

  2. Programma 1 UPG 40 Hoofdlijnenakkoord € 8,1 mln

  3. Programma 1 Ontwikkelopgave Natuur € 46,7 mln

  4. Programma 1 IODS - € 5,4 mln

  5. Programma 2 Egalisatie exploitatie projecten PZI € 8,7 mln

  6. Programma 2 Kapitaallasten (Egalisatie nota IWA en reserve bereikbaarheid) € 23,0 mln

  7. Programma 2 Mobiliteit € 84,7 mln

  8. Programma 2 Voormalige ISV3 € 8,3 mln

  9. Programma 3 Versterking economie € 5,3 mln

  10. Programma 3 Implementatie Omgevingswet € 5,5 mln

  11. Overige reserves € 12,2 mln

  12. Totaal € 191,1 mln

  1. Groene Ambities

In totaal is in 2016 € 6 mln onttrokken aan de reserve Groene ambities. Deze bestaat uit een storting van € 7,9 mln (conform begroting) en een bijdrage uit de reserve van € 13,9 mln aan de reserve onttrokken (€ 6 mln meer dan begroot). De hogere bijdrage is aangewend voor de storting in de reserve UPG 40 Hoofdlijnenakkoord.

  1. UPG 40 Hoofdlijnenakkoord

In het Hoofdlijnenakkoord is € 40 mln extra beschikbaar gesteld voor het Uitvoeringsprogramma Groen (UPG). Conform de wens van PS deze middelen apart te registreren is een reserve gecreëerd. Deze mutatie was niet in de begroting voorzien. In totaal is in 2016 € 8,1 mln gestort in de reserve UPG 40 Hoofdlijnenakkoord.

  1. Ontwikkelopgave Natuur

Als gevolg van het besluit van het ministerie tot het laten vervallen van de terugbetaalverplichting op de OVP Ontwikkelopgave natuur, is deze OVP, met een omvang van € 46,7 mln, omgezet in een reserve. Het besluit van het ministerie is in 2017 genomen en kwam daarmee te laat om te verwerken in de Begroting 2016.

  1. IODS

In totaal is in 2016 € 5,4 mln onttrokken aan de reserve IODS. Deze bestond uit een storting in de reserve van

€ 0,1 mln (conform begroting) en een bijdrage uit de reserve van € 5,5 mln (€ 0,6 mln minder dan begroot). De meer dan begrote bijdrage diende ter dekking van de afrekening van de indexering van de bijdrage 2006-2016.

  1. Egalisatie exploitatie projecten PZI

In totaal is in 2016 € 8,7 gestort in de reserve Egalisatie exploitatie projecten PZI. Deze bestond uit een storting van € 19,4 mln (€ 2,2 mln meer dan begroot) en een bijdrage uit de reserve van € 10,7 mln (€ 4,5 mln minder dan begroot). De meer dan begrote storting bestaat uit ontvangen baten, afgerekende subsidies en een vrijvallende voorziening (dubieuze debiteuren). De lagere bijdrage is het gevolg van een lagere realisatie van lasten.

  1. Kapitaallasten infra

In totaal is in 2016 € 23 mln toegevoegd aan de reserves (reserve bereikbaarheid en egalisatiereserve kapitaallasten nota IWA). Deze bestaat uit een storting van € 67,2 mln (conform begroting) en een bijdrage van

€ 44,2 mln (€ 1,1 mln minder dan begroot). De lagere bijdrage is het gevolg van een lagere exploitatie.

  1. Mobiliteit

In totaal is de reserve Mobiliteit in 2016 met € 84,7 mln gestegen. Deze bestaat uit een storting van € 110,5 mln (conform begroting) en een bijdrage uit de reserve van € 15,8 mln (€ 0,8 lager dan begroot). De lagere bijdrage is het gevolg van een lagere exploitatie.

De toename van de reserve mobiliteit moet worden beschouwd tegen de afname van de OVP BDU; De reserve neemt met € 84,7 mln toe en de OVP BDU neemt met € 80,3 mln af.

  1. Voormalige ISV3

Als gevolg van het besluit van het ministerie tot het laten vervallen van de terugbetaalverplichting op de OVP ISV3, is deze OVP, met een omvang van € 8,3 mln, omgezet in een reserve.

  1. Versterking economie

De reserve 'Versterking economie' is in 2016 met € 5,3 mln gestegen. Dit betreft een storting op basis van de afspraak dat er extra geïnvesteerd wordt in het domein Economie binnen het Hoofdlijnenakkoord 2015-2019.

  1. Implementatie Omgevingswet

De reserve Implementatie Omgevingswet is in 2016 met € 5,5 mln gestegen. Deze stijging bestaat uit een storting van € 6 mln (conform begroting) en een bijdrage uit de reserve van € 0,5 mln (€ 0,7 mln lager dan begroot). De lagere bijdrage is het gevolg van een lagere exploitatie door de start van het programma.

  1. Overige reserves

Voor een toelichting op alle overige vermeerderingen en verminderingen van de reserves wordt verwezen naar de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel vaste passiva. Daarnaast wordt verwezen naar het overzicht beklemdheid reserves.

Voorzieningen

Het totaalsaldo van de voorzieningen op 31 december 2016 is € 35 mln. Ten opzichte van de stand per begin 2016 is er sprake van een toename van € 2,3 mln (stortingen € 3,4 mln en aanwendingen € 1,1 mln).

Belangrijkste mutaties

Aan de voorziening t.b.v. de pensioenverplichtingen GS is in 2016 € 1,5 mln gedoteerd. De aanwendingen in 2016 zijn € 0,6 mln. Per saldo is de voorziening Pensioenen GS met € 0,9 mln gestegen en komt hiermee per

31-12-2016 op € 12,6 mln. De toename van het saldo per 31-12-2016 is groter dan geraamd als gevolg van een gewijzigde rekenrente.

In 2016 is de voorziening Groot onderhoud MJOP gebouwen gecreëerd. Op deze voorziening is € 1 mln gedoteerd als voeding en is € 0,4 mln onttrokken voor aanwendingen. Het saldo komt daarmee per 31-12-2016 op € 0,6 mln. De toename van het saldo per 31-12-2016 is lager dan geraamd. Een grotere dotatie was voorzien, maar bleef als gevolg van onzekerheden in de planvorming, als basis voor de omvang van de voorziening, achterwege.

Als gevolg van een herrubricering is in 2016 de voorziening Bentwoud gecreëerd. De OVP is geherrubriceerd omdat de ontvangen middelen van derden komen en niet van overheden.

Voor toelichtingen op alle stortingen en aanwendingen, wordt verwezen naar de toelichting op de balans in de jaarrekening, onderdeel vaste passiva - voorzieningen.

Doeluitkeringen en overlopende passiva (OVP)

De provincie ontvangt jaarlijks bijdragen van het Rijk met een specifiek bestedingsdoel. Deze doeluitkeringen moeten worden besteed aan het desbetreffende doel. Over de besteding wordt verantwoording afgelegd aan het Rijk, bijvoorbeeld door middel van de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa) bij de jaarrekening (zie bijlage 2). In de programmaverantwoording wordt nader ingegaan op de besteding van de middelen in 2016 en de afwijkingen ten opzichte van de begroting.

Voor deze uitkeringen geldt een terugbetalingsverplichting als ze niet aan het desbetreffende doel worden besteedt. De besteding van de middelen vindt niet altijd plaats in het jaar waarin het Rijk deze heeft uitgekeerd. Volgens de regels in het BBV reserveren we daarom de niet bestede middelen op de balans. Dit zijn de zogenaamde overlopende passiva (OVP).

In 2016 is de OVP Ontwikkelopgave natuur, door het vervallen van de terugbetaalverplichting, omgezet in de reserve Ontwikkelopgave natuur. Het bestedingsdoel is als gevolg van het vervallen van de terugbetaalverplichting niet gewijzigd.

In 2016 zijn meer van deze rijksmiddelen uitgegeven dan ontvangen. Hierdoor is het saldo van de overlopende passiva met € 115,9 mln afgenomen. Ultimo 2016 bedraagt het saldo van deze balanspost € 150,2 mln. In de programmaverantwoording zijn bij de desbetreffende doelen de uitgaven nader toegelicht.

De belangrijkste wijzigingen, groter dan € 1 mln, zijn weergegeven in onderstaande grafiek.

Investeringen

In 2016 bedroegen de totale investeringsuitgaven € 200 mln. De bijdragen van derden waren in totaal € 123 mln. De netto investeringsuitgaven komen hiermee op € 77 mln.

Bovenstaande diagram geeft de bruto en netto investeringsuitgaven per jaar weer. Van de totale bruto investeringsuitgaven in 2016 heeft € 192 mln (96%) betrekking op mobiliteit en € 6,9 mln (3,5%) op bedrijfsvoering (huisvestingsvisie en ICT). Het overige deel betreft de programma's Groen en Water (€ 0,6 mln) en Ruimte, Wonen en Economie (€ 0,6 mln).

Financiële kengetallen

Met ingang van de Begroting 2016, dienen decentrale overheden vijf financiële kengetallen op te nemen in hun paragraaf weerstandsvermogen en Risicobeheersing. In het BBV zijn geen normen opgenomen, waaraan de kengetallen kunnen worden getoetst.

In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van de zes kengetallen opgenomen:

 

Jaarrekening 2016

Netto schuldquote

38,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

36,3%

Solvabiliteitsratio

44,5%

Grondexploitatie

0,2%

Structurele exploitatieruimte

22,8 %

Belastingcapaciteit (tarief PZH t.o.v. gemiddelde)

114,5 %

De netto schuldquote, kengetal dat een indicatie geeft van de druk van schuldenlast (rente / aflossing) op de eigen middelen, is uitgekomen op 38,7%.

De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is, vanwege het bestaan verstrekte leningen, lager dan de netto schuldquote. Per jaareinde 2016 bedraagt de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 36,3%.

De solvabiliteit, het kengetal dat de mate waarin de provincie in staat is om aan haar toekomstige verplichtingen te voldoen aangeeft, is per jaareinde 2016 44,5%.

De quote voor de grondexploitatie, het kengetal dat aangeeft hoe groot de grondpositie voor exploitatiegronden is (de totale waarde van de exploitatiegronden in eigendom bij de provincie) in relatie tot het totaal aan jaarlijkse baten, is vrijwel nihil. In praktijk blijkt dat de provincie geen of nagenoeg geen exploitatiegronden bezit en daarom weinig risico loopt op grondexploitaties.

Het kengetal Structurele Exploitatieruimte geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.

Het tarief dat PZH hanteert voor de opcenten, is 14,5 % hoger dan het gemiddelde tarief van alle provincies tezamen.

Op basis van deze jaarrekening geven de gerealiseerde quota geen aanleiding tot zorg of bijsturing. In de Begroting 2018 wordt nader ingegaan op de verwachte ontwikkeling van de kengetallen voor de langere termijn en zullen daaruit conclusies worden getrokken.

EMU-saldo

Het EMU-saldo is het totaal aan inkomsten minus de uitgaven van de rijksoverheid, sociale fondsen en lokale overheden (onder andere gemeenten, provincies en waterschappen). Er zijn twee manieren van berekening: die volgens het BBV en die volgens het Rijk. Deze worden hieronder toegelicht.

Rijk en decentrale overheden hebben afgesproken dat decentrale overheden samen een negatief EMU-saldo mogen hebben van 0,5% BBP. Het Rijk stelt (op voorstel van de decentrale overheden) vast wat het maximale aandeel hierin mag zijn van respectievelijk gemeenten, provincies en waterschappen. Vervolgens stelt het Rijk op basis hiervan per individuele decentrale overheid een referentiewaarde vast voor het maximaal toegestane negatieve EMU-saldo. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd.

In onderstaande tabel staan de meerjarige ontwikkelingen ten aanzien van het EMU-saldo, conform de rijkssystematiek (kasstelsel), weergegeven.

(bedragen x € 1 mln)

Realisatie 2015

Oorspronkelijke begroting 2016

Realisatie 2016

Begroting 2017

Raming 2018

EMU-saldo

-2,7

-202,7

169,9

-278,6

-136,5

* De individuele referentiewaarden zijn per bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) van 14 september 2015 losgelaten.

Het verschil ad € 372,6 mln vindt zijn oorsprong in de exploitatiesaldo, niveau van de investeringen en grondaankopen.

Voor verklaring van deze verschillen op exploitatiesaldo en investeringen verwijzen wij u naar de corresponderende onderdelen van deze jaarrekening (saldo baten / lasten; overzicht investeringen).

Bij de grondaankopen wordt budgettair rekening gehouden met strategische grondaankopen voor € 15 mln. Deze hebben zich in 2016 niet in die mate zich voorgedaan.