Paragraaf Bedrijfsvoering

Doel 1: De omvang en kwaliteit van de organisatie van de provincie Zuid-Holland moet in overeenstemming zijn met het door ons voorgestane takenpakket. Wij werken aan een innovatieve, lerende en op de uitvoering gerichte organisatie die effectief en efficiënt is.

 

Gegeven het lopende proces van doorvertalen / concretiseren van doelen en indicatoren vanuit de beleidsprogramma's kan vanuit deze paragraaf nog geen volledig beeld worden gegeven over de gewenste doorvertaling naar taken / indicatoren. Genoemde uitwerking vindt plaats in opmaat naar de Voorjaarsnota 2016.

Gegeven het genoemde doel zullen de onderdelen innovatief, lerend, effectief en efficiënt nader worden geconcretiseerd, rekening houdend met de inhoud van de beleidsprogramma's.

Daarnaast is er aandacht voor diversiteit in het personeelsbestand. Diversiteit draagt bij aan de ontwikkeling en het behoud van een permanent veerkrachtige organisatie, met aandacht voor kwaliteit, vitaliteit en flexibiliteit van het personeel. Ook wordt een bijdrage geleverd aan het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen en wordt met de uitvoering van de Participatiewet bijgedragen aan het verminderen van maatschappelijke achterstand voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

 

Taken bij doel 1

(Effect)indicator

Nulmeting jaarrekening 2014

2016

2017

2018

2019

1. Werken aan een op de uitvoering gerichte organisatie die effectief en efficiënt is

1.1 Percentage bedrijfsvoering

32

29

29

29

29

2. Kwaliteit dienstverlening in

overeenstemming met takenpakket

2.1 Klanttevredenheid gemeten in IPO-verband externe dienstverlening

6,8

7

 

7

 

2.2 Kwaliteit dienstverlening gemeten in IPO-verband op 5-puntsschaal

3,6

3,5

 

3,5

 

2.3 Afhandeling facturen binnen 30 dagen in %

85

85

PM

PM

PM

 
1.1 Percentage bedrijfsvoering

Met ingang van 2016 wordt gestuurd op het percentage bedrijfsvoering. Uit een benchmark uit 2014 komt naar voren dat de door de provincie tot en met 2015 gehanteerde definitie afwijkt van andere (overheids-)organisaties. Voor komende periode wordt aangesloten bij de vanuit de benchmark gehanteerde definitie. Het percentage bedrijfsvoering wordt hiermee meer vergelijkbaar met andere (overheids-)organisaties en op een stabiel niveau van 29% of lager behouden.

 
2.1 en 2.2 Klanttevredenheid en Kwaliteit Dienstverlening

De aanbevelingen uit het Klanttevredenheidsonderzoek uit 2014 zijn ten uitvoer gebracht. De eerste meting van de resultaten zal in 2016 plaatsvinden.

 
2.3 Percentage afhandeling facturen binnen 30 dagen

De prestatie-indicator voor het betaalgedrag van de provincie Zuid-Holland is het percentage facturen betaald binnen 30 dagen. Als norm voor 2016 wordt het percentage van 85% voorgesteld, conform het percentage voor 2015. De maatregelen die in 2015 zijn doorgevoerd in het factuurafhandelingsproces en het financiële systeem, moeten er in resulteren dat de norm van 85% wordt gehaald.

 
Omvang Formatie en budgettair kader loonkosten
 

2015

2016

2017

2018

2019

Formatie

1.620

1.589

1.582

1.582

1.579

Budgettair kader loonkosten (x € 1 mln)

114,6

115,3

114,6

114,3

113,8

 

De personele formatie van de provincie Zuid-Holland is afgestemd op het takenpakket van de provincie, zoals dat is vastgesteld door het bestuur (Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten). Deze afstemming is tot stand gekomen in de vorige bestuursperiode.

De formatie voor 2016 van de provincie Zuid-Holland is ten opzichte van 2015 met 31 fte afgenomen als gevolg van de decentralisatie Jeugdzorg, de afbouw als gevolg van de vorming van de regionale uitvoeringsdiensten en de afbouw van de formatie DLG conform inpassingsplan. In de formatiecijfers is nog niet het volledige effect van de taakstelling uit het programma Focus met ambitie verwerkt (G.Z-H). Het budgettair effect van deze taakstelling is wel verwerkt in het budgettair kader voor de loonkosten.

De hoogte van het budgettair kader voor de loonkosten bestaat uit de vaste, variabele en gedifferentieerde loonkosten en is bepaald conform de afspraken hierover in het Hoofdlijnenakkoord 2015-2019. Dit houdt in dat het budget van 2015 is verhoogd met de effecten van de CAO 2012-2015 en is aangepast aan de eerder door Provinciale Staten vastgestelde formatie-ontwikkelingen.

 

Doel 2: De provincie voert een duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid

Taken bij doel 2

(Effect)indicator

Nulmeting (jaarrek. 2014)

2016

2017

2018

2019

1. Bij het voeren van een duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gaat PZH verder dan alleen het oorspronkelijke uitgangspunt, te weten: de minimumeisen. Ten behoeve van de implementatieactiviteiten in de eigen organisatie zal duurzaamheid namelijk worden meegenomen vanaf de studiefase en planvorming en is er meer afstemming met de markt om innovaties te stimuleren.

1.1 Aanpak Duurzaam GWW is binnen de ROVK ingenieursdiensten uitgangspunt bij alle uitvragen

100

100

100

100

100

 

Toelichting op indicatoren

 
1.1 Duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid

Duurzaamheid is een regulier onderdeel van de bedrijfsvoering. In 2009 is de deelnameverklaring Duurzaam Inkopen ondertekend, met als uitgangspunt 100% duurzaamheid in alle nieuwe inkoop- en aanbestedingstrajecten volgens de minimumeisen uit de duurzaamheidcriteria van expertisecentrum PIANOO[3].

 

De provincie stuurt bij duurzaam inkopen op onder andere economische, sociaal-culturele en ecologische aspecten zoals:

 

Zoveel mogelijk kansen creëren voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB):

Op basis van de ambitie van het college, wordt onderzocht hoe het gebruik van lokaal geproduceerde producten en de inzet van het MKB kan bijdragen aan het verduurzamen van de inkoop. Ook de nieuwe Aanbestedingswet biedt instrumenten. Zo moet samenvoegen van opdrachten gemotiveerd worden, opdrachten moeten zo veel mogelijk in percelen verdeeld worden en er moeten proportionele eisen gesteld worden.

 

Innovatie:

Innovatiegericht inkopen wordt gestimuleerd, teneinde creativiteit in de markt aan te moedigen met meer functionele specificatie in aanbestedingsdocumenten.

  • Green deal duurzaam Grond- Weg- en Waterbouw (GWW): Voor het inkopen van werken is samen met de markt, kennisinstituten en de overheid de Aanpak Duurzaam Grond Weg en Waterbouw (GWW) ontwikkelt. In 2014 is het convenant Duurzaam GWW ondertekend. De kern van de Aanpak Duurzaam GWW is het meewegen van duurzaamheidsaspecten vanaf een vroege planfase, met een focus op de hele levenscyclus van de aan te leggen infrastructuur of object(en) (inclusief beheer en onderhoud). Zodat in elk project een goede afweging wordt gemaakt tussen People, Planet en Profit. Een gezamenlijk instrumentarium is ontwikkeld om duurzaamheid op uniforme wijze te toetsen en innovatie te stimuleren. De Aanpak heeft een link met het programma Energietransitie. De Aanpak Duurzaam GWW is uitgangspunt binnen de aanbesteding raamovereenkomst ingenieursdiensten. Door vroegtijdig duurzaamheidskansen mee te nemen krijgen innovatie en energietransitie een kans.

  • Stimuleren van circulair inkopen / verkennen rol launching customer: De mogelijkheden van duurzaam innovatief inkopen voor de stimulering van circulair inkopen en verkennen van de rol van launching customer worden verder onderzocht. Hierbij wordt aangehaakt bij de partijen die aangesloten zijn bij de green deal Circulair Inkopen. Bij circulair inkopen worden afspraken gemaakt dat de in te kopen producten na gebruik weer opnieuw zullen worden verwerkt. In de ontwerpfase van producten en systemen dient de verlenging van de levensduur centraal te staan en reststromen opnieuw kunnen worden gebruikt en afval niet wordt afgewenteld op mens en milieu.

 

Eerlijke arbeidsvoorwaarden en integriteit:

De provincie geeft bij aanbestedingen aan dat aan wet- en regelgeving voldaan dient te worden. In het kader van eerlijke arbeidsvoorwaarden wordt een passage opgenomen over het hanteren van eerlijke arbeidsvoorwaarden, conform de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast kan, onder andere met het oog op eerlijke arbeidsvoorwaarden, gericht onderzoek worden gedaan naar leveranciers middels BIBOB (integriteitscreening) en andere daartoe geëigende organisaties.

http://www.pianoo.nl/themas/duurzaam-inkopen

Doel 1: De omvang en kwaliteit van de organisatie van de provincie Zuid-Holland moet in overeenstemming zijn met het door ons voorgestane takenpakket. Wij werken aan een innovatieve, lerende en op de uitvoering gerichte organisatie die effectief en efficiënt is.

Taken bij doel 1

(Effect)indicator

Nulmeting Jaarrekening 2014

Doelstelling 2016

Realisatie 2016

1. Effectieve organisatie

1.1 Percentage bedrijfsvoering

32

29

29

1.2 Functionaliteit beschikbaar op jaarbasis.

-

99%

 

2. Kwaliteit dienstverlening in

overeenstemming met takenpakket

2.1 Klanttevredenheid gemeten in IPO-verband externe dienstverlening

6,8

7

7,1

2.2 Kwaliteit dienstverlening gemeten in IPO-verband op 5-puntsschaal

3,6

3,5

-

2.3 Afhandeling facturen binnen 30 dagen in %

85

85

87,2

2.4 Informatie is beschikbaar op jaarbasis

99,8%

(2015)

99,7%

99,7%

2.5 Doorlooptijd bezwaar- en beroepsprocedures (niet zijnde belastingen) en klachten (percentage binnen termijn)

74

75

74

2.6 Doorlooptijd advisering

-

80

97

2.7 Doorlooptijd belasting bezwaren

-

75

90


Toelichting

1.1 Percentage bedrijfsvoering

Het percentage overhead over 2016 is conform de streefwaarde gelijk aan 29%.

Tot en met 2016 wordt de ondersteuning uitgedrukt in het percentage bedrijfsvoering. Het percentage bedrijfsvoering geeft inzicht in hoe het aantal medewerkers uit de directie concernzaken zich verhoudt tot het totaal aantal medewerkers in de provincie. Vanaf 2017 wordt, als gevolg van het gewijzigde Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV), de ondersteuning uitgedrukt in het percentage overhead. Hierin worden naast de medewerkers uit de ondersteuning ook de leidinggevenden en de secretariële ondersteuning uit het primair proces meegeteld. Omdat alle gemeenten en provincies met dezelfde definitie van overhead moeten gaan werken ,zal de onderlinge vergelijkbaarheid van de overhead verbeteren.


1.2 Functionaliteit beschikbaar op jaarbasis.


2.1 Klanttevredenheid gemeten in IPO-verband externe dienstverlening

In het klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd in 2016 is in IPO-verband besloten deze indicator te laten vervallen.

In de jaren 2015 en 2016 is aan de hand van het concernprogramma 'Zuid-Holland luistert!' gewerkt aan het verbeteren van de dienstverlening op drie prioriteiten: op tijd, proactief en in één keer goed. In het 4e kwartaal van 2016 is een nieuw klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het rapportcijfer ten aanzien van klanttevredenheid in twee jaar is gestegen van een 6,8 naar een 7,1. Hiermee voldoen we als provincie Zuid-Holland aan de door het Rijk en IPO overeengekomen kwaliteitsnorm (2009: een 7,0) voor overheidsdienstverlening.


2.2 Kwaliteit dienstverlening gemeten in IPO-verband op 5-puntsschaal

In het klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd in het 4e kwartaal 2016 is de score op kwaliteit komen te vervallen.


2.3 Afhandeling facturen binnen 30 dagen in %

In 2016 is 87,2% van de facturen binnen de termijn van 30 dagen betaald. Het streefcijfer van 85% is daarmee behaald.


2.4 Informatie is beschikbaar op jaarbasis

De doelstelling voor 2016 is behaald. Informatie is beschikbaar op de corporate website en op het SIS (Staten Informatie Systeem). Deze beschikbaarheid wordt gemeten op basis van 24x7, uitgezonderd gepland en met de gebruikersorganisatie afgestemd onderhoud.


2.5 Doorlooptijd bezwaar- en beroepsprocedures (niet zijnde belastingen) en klachten (percentage binnen termijn)

In 2016 is 75% van de bezwaren en klachten binnen de wettelijke termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar of klacht afgehandeld. Het streefcijfer is daarmee net gehaald. Vooral Omgevingsdienst Haaglanden scoort met relatief veel bezwaren laag: 59%.

In de score zijn 26 onderling samenhangende bezwaren op grond van de Natuurbeschermingswet niet meegenomen. In deze zaken heeft de rechter de beslissingen op bezwaar van Gedeputeerde Staten van Utrecht vernietigd waarna de zaken - door een wetswijziging - bij de provincie Zuid-Holland terecht kwamen. In geen van deze gevallen is de advies- en beslissingstermijn gehaald. Alle afzonderlijke gevallen moesten opnieuw worden doorgerekend en beoordeeld, rekening houdend met nieuwe regelgeving zonder duidelijk overgangsrecht, er moest met veel partijen contact worden gezocht en overeenstemming worden bereikt. Omdat de scores ten aanzien van deze zaken een minder betrouwbaar beeld zouden geven van de totale prestatie van betrokken partijen bij bezwaren en klachten, zijn deze hierin niet meegenomen. De scores inclusief deze zaken zou betreffen: doorlooptijd procedures: 60%, doorlooptijd advisering: 74%.


2.6 Doorlooptijd advisering

In 2016 is 97% van de bezwaren en klachten binnen de door provincie Zuid-Holland zelf gestelde norm van 12 weken geadviseerd. Zie ten aanzien van deze score ook de opmerking bij 2.5.


2.7 Doorlooptijd belasting bezwaren

De doelstelling voor de Begroting 2016 van 90% op tijd afgehandelde bezwaren is gerealiseerd.

In 2016 zijn geen beroepsprocedures gevoerd.

 

Doel 2: De provincie voert een duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid

Taken bij doel 2

(Effect)indicator

Nulmeting (Jaarrekening 2014)

Doelstelling

2016

Realisatie

2016

1. Bij het voeren van een duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gaat provincie Zuid-Holland verder dan alleen het oorspronkelijke uitgangspunt, te weten: de minimumeisen. Ten behoeve van de implementatieactiviteiten in de eigen organisatie zal duurzaamheid namelijk worden meegenomen vanaf de studiefase en planvorming en is er meer afstemming met de markt om innovaties te stimuleren.

1.1 Aanpak Duurzaam GWW is binnen de ROVK ingenieursdiensten uitgangspunt bij alle uitvragen

100

100

100


Toelichting

1.1 Duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid

Duurzaamheid is een regulier onderdeel van de bedrijfsvoering. De provincie stuurt bij duurzaam inkopen op o.a. economische, sociaal-culturele en ecologische aspecten zoals:

  • Zoveel mogelijk kansen creëren voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB):

Op basis van de ambitie van het college, is onder meer in het restaurant het gebruik van lokaal geproduceerde producten gepromoot en is ook het assortiment aangepast. Daarnaast hebben wij een register opgezet waarbij de MKB infrabedrijven kenbaar kunnen maken dat zij geïnteresseerd zijn in onze opdrachten. Hiermee wordt ook de bekendheid van en met deze bedrijven binnen PZH vergroot. Ook de in 2016 herziene Aanbestedingswet houdt meer rekening met het MKB.

  • Innovatie:

Innovatiegericht inkopen wordt gestimuleerd, teneinde creativiteit in de markt aan te moedigen met meer functionele specificatie in aanbestedingsdocumenten.De herziene aanbestedingswet biedt nu ook meer mogelijkheden om de innovatie samen met de marktpartijen vorm te geven.
De Aanpak Duurzaam GWW is uitgangspunt binnen de aanbesteding raamovereenkomst ingenieursdiensten maar ook in de bouwuitvragen. Door vroegtijdig duurzaamheidskansen mee te nemen krijgen innovatie en energietransitie een kans.

  • Stimuleren van circulair inkopen

Hierbij wordt aangehaakt bij de partijen die aangesloten zijn bij de green deal Circulair Inkopen. Bij circulair inkopen maken wij afspraken over de levensfase na gebruik door PZH. Wij vinden het van belang dat de producten opnieuw elders kunnen worden ingezet dan wel verwerkt tot bruikbare andere producten.

In de ontwerpfase van producten en systemen staat de verlenging van de levensduur centraal maar ook dat reststromen opnieuw kunnen worden gebruikt. Deze reststromen wordt niet afgewenteld op mens en milieu.

Bij de verbouwing van het Provinciehuis is dit als een belangrijk uitgangspunt meegenomen in de scopebepaling.

  • Eerlijke arbeidsvoorwaarden en integriteit

De provincie geeft bij aanbestedingen aan dat aan wet- en regelgeving voldaan dient te worden. In het kader van eerlijke arbeidsvoorwaarden wordt een passage opgenomen over het hanteren van eerlijke arbeidsvoorwaarden, conform de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast kan en wordt, onder andere met het oog op eerlijke arbeidsvoorwaarden, gericht onderzoek gedaan naar leveranciers middels BIBOB (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) en andere daartoe geëigende organisaties.


Arbeidskosten (loonkosten en inhuur)

Inleiding

Bij de behandeling van de Jaarstukken 2015 door de Statencommissie Bestuur en Middelen is afgesproken om, ingaande bij de Begroting 2017, inzicht te bieden in de totale omvang van de arbeidskosten. In 2016 is de omvang van de arbeidskosten in beeld gebracht en weergegeven in de paragraaf Bedrijfsvoering. Daarbij is aangegeven dat met ingang van de Jaarstukken 2016 de totale arbeidskosten worden verantwoord.

De arbeidskosten bestaan uit:

  1. loonkosten voor de formatie van de provincie Zuid-Holland;

  2. loonkosten voor medewerkers in dienst van de provincie welke worden gefinancierd vanuit materiële budgetten;

  3. kosten voor inhuur van externen.

In de paragraaf Bedrijfsvoering werd tot en met 2015 de kosten van inhuur gepresenteerd welke ten laste van exploitatiebudgetten werden gebracht. In de cao voor provincies, vastgesteld in maart 2016, is afgesproken dat provincies voor wat betreft de inhuur de rijksdefinitie volgen. Hieronder vallen alle kosten van inhuur, dus ook de kosten voor inhuur die ten laste van investeringsprojecten zijn gebracht. Deze definitie wordt in de Jaarstukken 2016 gehanteerd.


Arbeidskosten, onderdeel formatiekosten

Het budgettair kader voor de formatiekosten bestaat uit vaste, variabele en gedifferentieerde loonkosten en het frictiebudget personeel gerelateerde kosten en is passend binnen de loonbudgetten die hiervoor door PS beschikbaar zijn gesteld. De basis voor dit budget is de door PS vastgestelde formatie.

Vaste loonkosten zijn de reguliere beloning volgens de salarisschaal en vaste toelagen.
Variabele loonkosten hebben betrekking op eenmalige betalingen zoals overwerkkosten, toelagen onregelmatigheid en reis- en verblijfkosten.
Gedifferentieerde beloning heeft betrekking op structurele loonstijgingen hoger dan 3% voor het eerste jaar, incidentele beloningen en boter bij de vis beloningen. Het budget voor gedifferentieerd belonen bedraagt 0,75% van het budget voor vast loon. Dit is conform de afspraken die hierover met de bonden zijn gemaakt.
Frictiebudget personeel gerelateerde kosten:

Het management draagt zorg voor de inzet van personeel en de daarbij behorende kosten, een en ander binnen de daarvoor bestemde budgetten. In geval van bijzondere omstandigheden, overgangsregelingen, specifieke afspraken en onvoorziene zaken, kan, indien het niet binnen de afdeling, noch in overleg met andere afdelingen, wordt opgelost, een beroep worden gedaan op het frictiebudget, geplaatst bij de provinciesecretaris.


Tabel: Formatiekosten

Omschrijving
(bedragen x € 1 mln)

Jaarrekening 2015

Begroting 2016

Jaarrekening 2016

Formatie per 31 december(fte)

1632 fte

1589 fte

1554 fte

Bezetting per 31 december (fte)

1497 fte

-*

1470 fte

Vaste loonkosten

111,3

114,4

109,4

Variabele loonkosten

2,5

2,6

2,3

Gedifferentieerde loonkosten

1,0

1,2**

0,7

Frictie personeel gerelateerde kosten

0,0

0,3

0,0

Totaal formatiekosten

114,8

118,5***

112,4

* In de begroting wordt de formatie weergegeven, niet de bezetting.

** Dit is inclusief het restantbudget 2015 van € 0,3 mln waarover met de bonden is afgesproken dat dit voor gedifferentieerd belonen beschikbaar blijft.

*** In de Begroting 2016 is een bedrag opgenomen van € 115,3 mln. Na opstellen van de Begroting 2016 zijn er ontwikkelingen geweest die hebben geleid tot een toename van de loonkosten. De belangrijkste daarvan is de nieuwe cao per 1 april 2016 welke de loonkosten verhoogd met € 2,4 mln (zie Voorjaarsnota 2016). Daarnaast is de toevoeging van het restantbudget 2015 ad € 0,3 mln voor gedifferentieerd belonen toegevoegd aan het budget van 2016.


Formatie

De formatie is in 2016 met 35 fte gedaald. In de Begroting 2016 is het budgettair effect van de taakstelling uit het programma Focus met ambitie verwerkt. In de formatie was nog niet het hele effect van deze taakstelling in relatie tot de Groenservice Zuid-Holland verwerkt (12 fte), omdat ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet duidelijk was hoe de overgang naar Staatsbosbeheer precies zou verlopen. Daarnaast is de tweede tranche van de afbouw van de formatie met betrekking tot de decentralisatie van Jeugdzorg verwerkt (13 fte) en zijn enkele budgetneutrale wijzigingen in functies doorgevoerd, die hebben geleid tot aanpassing van de formatie.


Formatiekosten

De formatiekosten bestaan uit de vaste loonkosten, de variabele loonkosten, de gedifferentieerde loonkosten en de frictie personeel gerelateerde kosten.

De vaste loonkosten laten een onderschrijding zien van € 5 mln. Dit wordt veroorzaakt door het niet invullen van vacatures wegens de verzelfstandiging van de G.Z-H (€ 1,4 mln), het nog niet ingevuld hebben van vacatures wegens het niet vinden van geschikte kandidaten bij de directie DCZ (€ 1,4 mln) en het vooralsnog niet invullen van vacatures bij de overige organisatieonderdelen wegens een voorgenomen organisatieaanpassing (€ 2,2 mln).

Deze onderschrijding moet in relatie worden gezien met de kosten voor externe inhuur. Bij het in beeld brengen van de arbeidscapaciteit in 2016 is beoordeeld welk deel van de inhuur wordt gedekt vanuit de vacatureruimte. De inschatting daarvan bedroeg € 5 mln. Kijkend naar het verband tussen de gerealiseerde onderschrijding op de formatiekosten én de gerealiseerde omvang van de kosten voor externe inhuur blijkt die inschatting plausibel. In het verlengde hiervan vertonen de variabele loonkosten een onderschrijding van € 0,3 mln en de gedifferentieerde loonkosten een onderschrijding van € 0,5 mln. Het budget voor de gedifferentieerde loonkosten blijft op grond van afspraken met de bonden beschikbaar voor gedifferentieerd belonen. Het bedrag maakt daarom deel uit van het beklemd rekeningresultaat.


Bezetting

De bezetting ultimo december bedraagt 1470 fte. De lagere bezetting ten opzichte van de formatie is een momentopname en wordt veroorzaakt door het niet invullen van vacatures (zie ook toelichting op de formatiekosten), vrijwillig vertrek van medewerkers, uitstroom van medewerkers wegens pensionering en het beëindigen van tijdelijke contracten.


Arbeidskosten, onderdeel materiële kosten voor personele inzet

Dit onderdeel betreft de kosten voor medewerkers in dienst van de provincie, waarvan de loonkosten worden gedekt vanuit materiële budgetten. Met de behandeling / vaststelling van de P&C producten zijn door PS ook extra middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van taken. Daarbij kan het gaan om intensivering van beleid en om aanvullend beleid. In het merendeel van deze uitbreidingen is sprake van capaciteitsinzet. Deze kosten zijn voor het eerst in beeld gebracht in 2016 op het moment dat de totale kosten voor arbeidscapaciteit in beeld werden gebracht. Deze kosten waren dan ook niet separaat opgenomen in de Begroting 2016, maar maakten deel uit van de materiële budgetten in de programma's. Het bedrag werd ingeschat op € 5 mln. De realisatie van 2016 bedraagt € 4,2 mln. Door het opgavegericht werken bestaat de tendens dat inzet van medewerkers meer gedekt wordt uit materieel budget. In 2016 is een deel van die inzet nog verantwoord onder de vaste loonkosten (€ 0,6 mln). De realisatie is in lijn met het structureel vanaf de Begroting 2017 opgenomen bedrag van € 4,4 mln.


Arbeidskosten, onderdeel inhuur van externen

De omvang van de inhuur is een managementkeuze op grond van een aantal criteria zoals specifieke expertise en opvang van fluctuaties in de personele bezetting. De verwachte omvang van de inhuur is niet exact te voorspellen, omdat deze gedeeltelijk wordt bepaald door niet direct te beïnvloeden factoren zoals personeelsverloop. Tot en met de Begroting 2016 is geen expliciet bedrag opgenomen als budget voor de externe inhuur. Voor een groot deel werd de inhuur gefinancierd vanuit de materiële budgetten. Bij het in beeld brengen van de totale arbeidskosten in de zomer van 2016 is een inschatting gemaakt van de totale inhuur voor 2016 (€ 22,3 mln, waarvan € 5 mln gedekt wordt vanuit de vacatureruimte en het overige vanuit materiële budgetten). De gerealiseerde inhuurkosten in 2016 zijn uitgekomen op € 23,6 mln. De kosten van inhuur moeten in samenhang worden gezien met de formatiekosten.


Opbrengsten detachering en UWV

Rondom arbeidscapaciteit realiseert de provincie ook opbrengsten. Enerzijds betreft dit opbrengsten voor medewerkers die elders zijn gedetacheerd (maar waarvoor bij de provincie wel loonkosten bestaan) en waarvoor een vergoeding in rekening wordt gebracht, anderzijds betreft dit uitkeringen van het UWV bij zwangerschap en dergelijke. Deze opbrengsten maken onderdeel uit van het totaalinzicht in arbeidskosten. De in 2016 gerealiseerde opbrengsten bedragen € 2,5 mln.


Samenvattend overzicht arbeidskosten

Bij de behandeling van de Begroting 2017 is afgesproken dat met ingang van de Jaarstukken 2016 een tabel wordt opgenomen, waarin de totale arbeidskosten in beeld worden gebracht. In onderstaande tabel wordt het totaaloverzicht gegeven van de arbeidskosten 2016, ten opzichte van hetgeen in de Begroting 2016 is opgenomen, danwel hetgeen is gedekt vanuit materiële budgetten. Daarnaast is de realisatie van 2015 ten behoeve van het inzicht bijgevoegd.

Omschrijving
(bedragen x € 1 mln)

Jaarrekening 2015

Budget 2016

Jaarrekening 2016

Kosten loon*

112,9

123,5

114,1

Kosten inhuur

23,0

22,3

23,6

Totaal arbeidskosten

135,9

145,8

137,7

Percentage inhuur**

16,9%

15,3

17,1%

* De kosten van loon bestaan uit de formatiekosten, de materiële kosten ten behoeve van personele inzet verminderd met de opbrengsten voor detacheringen en UWV uitkeringen. .

** Het percentage inhuur wordt bepaald door de totale kosten van inhuur te relateren aan de totale arbeidskosten.