Paragraaf Financiering

Inleiding

De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het Treasurystatuut en de Financiële Verordening zijn een leidraad voor de inrichting van de financieringsfunctie. Bij de inrichting van de financieringsfunctie staan beheersing van het rente-, debiteuren- en liquiditeitenrisico centraal.

De paragraaf geeft aan hoe de Provincie Zuid-Holland haar activiteiten financiert, wat de gevolgen hiervan zijn voor de begroting (lees rentelasten) en welke risico's er worden gelopen. Verder wordt aangegeven binnen welke wettelijke kaders de provincie Zuid-Holland op dit taakgebied haar werk moet doen.

Ontwikkelingen

De activiteiten van de provincie Zuid-Holland worden gefinancierd uit 3 bronnen, allereerst uit het eigen vermogen (voornamelijk de reserves), verder uit het werkkapitaal en als laatste uit het (aantrekken) van vreemd vermogen. De verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen is aan het verschuiven. Dit komt doordat reserves in de komende jaren steeds meer zullen worden ingezet voor de beleidsdoelen, waardoor het eigen vermogen zal gaan dalen. Daarnaast zal de provincie in de komende jaren extra financiering nodig hebben voor de geplande investeringen. Doordat het eigen vermogen daalt, moet dit gefinancierd worden met vreemd vermogen. Consequentie hiervan is dat de rentekosten een steeds groter deel van de totale kosten zullen uitmaken. Het verwachte financieringstekort in de komende jaren zorgt ervoor dat de ontwikkeling van de marktrente een belangrijke risicofactor is/wordt. Op dit moment zijn de rentestanden op de kapitaalmarkt lager dan het renteomslagpercentage maar een eventuele stijging van de toekomstige rentestand kan gevolgen hebben voor de provinciale begroting.

Financieringsbehoefte

Op basis van de liquiditeitsprognose zal het overschot aan liquide middelen in 2016 omslaan in een tekort. Hierdoor is het noodzakelijk dat er nieuwe externe financieringsmiddelen worden aangetrokken. Dit zal ook in de jaren daarna het geval zijn. Hieronder ziet u hoe de stand van de langlopende leningen zich (heeft) ontwikkeld.

De provincie Zuid-Holland heeft in de jaren 2007 en 2008 enkele langlopende leningen (waarvan sommigen met uitgestelde stortingen) aangetrokken om een gedeelte van de verwachte toekomstige investeringen te financieren. De laatste storting van deze leningen vond plaats in 2012. Doordat deze leningen grotendeels lineair worden afgelost is er tussen de jaren 2012 en 2016 een daling te zien. Op basis van de huidige liquiditeitsprognose moet vanaf eind 2016 jaarlijks nieuwe leningen worden aangetrokken, hierdoor stijgt de stand van de langlopende leningen op de balans naar meer dan € 1000 mln eind 2019.

Door deze ontwikkeling zal het aandeel langlopende schuld op de balans stijgen.

Rente

Het aandeel van de schuld op de balans neemt toe, hierdoor zullen ook de rentelasten toenemen. De totale rentekosten bedragen in 2016 in totaal 3,2% van de totale inkomsten van de begroting. Dit percentage stijgt in de jaren daarna tot 5% in 2019.

Voor de bepaling van dit percentage is uitgegaan van de te betalen rente op al bestaande leningen en de verwachte rente op de nieuw aan te trekken leningen op basis van de kasstroomgegevens uit deze meerjarenbegroting en de verwachtingen van de toekomstige rentetarieven op de kapitaalmarkt.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een door de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar.

Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. Voorts wordt de omvang van de kasgeldlimiet, zijnde 7%, vastgesteld bij ministeriële regeling. Tenslotte wordt het aldus berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Op basis van de huidige cijfers voldoet de provincie aan de kasgeldlimietnorm.

Voor het bepalen van de kasgeldlimiet dienen leningen met een oorspronkelijke looptijd van korter dan een jaar in beschouwing te worden genomen.

Kasgeldlimiet 2016

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1.000)

Q1

Q2

Q3

Q4

1

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

In % van de grondslag

7%

7%

7%

7%

 

In bedrag

50.001

50.001

50.001

50.001

2

Vlottende schuld

-

-

-

-

3

Vlottende middelen

-208.073

-161.280

-114.488

-67.695

Toets kasgeldlimiet

4

Netto vlottende schuld (+)/

Overschot vlottende middelen (-) (2 - 3)

-208.073

-161.280

-114.488

-67.695

5

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

258.074

211.281

164.489

117.696

Renterisico

Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de langlopende leningen in enig jaar moet worden geherfinancierd. De wet stelt criteria voor de berekening van het risico op de vaste schulden, zoals deze zijn vastgelegd in de definitie van de renterisiconorm. Door middel van deze norm wordt een kader gesteld waarmee een zodanige opbouw van de langlopende leningen wordt bereikt, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.

Bij de afweging om over te gaan tot het afdekken van het renterisico zullen de jaarlijks bij Voorjaarsnota bijgestelde inzichten ten aanzien van onderuitputting van de begroting worden betrokken. Afgaande op het gerealiseerde investeringsverloop zal in het begrotingsjaar overgegaan worden tot het aangaan van aanvullende leningen ter afdekking van het renterisico.

 
Renterisiconorm 2016

Renterisico op de vaste schuld (bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

18.463

327.539

174.776

260.536

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

0

0

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

18.463

327.539

174.776

260.536

5

Betaalde aflossingen

34.158

34.774

46.286

51.729

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

18.463

34.774

46.286

51.729

7

Renterisico op de vaste schuld (2+6)

18.463

34.774

46.286

51.729

Renterisiconorm

8

Stand van de vaste schuld per 1 januari

469.870

454.174

746.939

875.429

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld %

20%

20%

20%

20%

Toets renterisiconorm

10

Renterisiconorm (op basis van begrotingstotaal)

142.859

132.641

135.543

128.478

7

Renterisico op de vaste schuld

18.463

34.774

46.286

51.729

11

Ruimte (+)/Overschrijding (-) (10-7)

124.396

97.867

89.257

76.749

Rentebaten en -lasten

In 2016 bedragen de renteverplichtingen uit hoofde van afgesloten vaste leningen € 21,1 mln. De tijdelijke liquiditeitsoverschotten leiden in 2016 naar verwachting tot renteopbrengsten van < € 0,1 mln. De structureel beschikbare korte termijn-liquiditeiten zullen gedurende 2016 afnemen en omslaan in een tekort.

Kredietrisico

Conform de Wet Fido dienen uitzettingen uit hoofde van de treasury-taak te worden verricht conform de bepalingen van het verplicht schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. Het kredietrisico dat hiermee samenhangt, is gelijk aan het risico op de Nederlandse staat.

Kredietverlening uit hoofde van publieke taak

In februari 2004 is door Provinciale Staten besloten tot het verstrekken van een renteloze achtergestelde geldlening ad € 4,5 mln aan de regionale omroep RTV West, alsmede een renteloze achtergestelde geldlening ad € 2,5 mln aan de regionale omroep RTV Rijnmond (Statenbesluit 5403). De standen ultimo 2015 belopen respectievelijk € 0,2 mln en € 0,3 mln.

Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar deze zijn verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, te weten het reddingsplan regionale omroepen.

Externe ontwikkelingen

Schatkistbankieren

Door wijziging van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen tegen marktconforme rente (zijnde de rente waartegen de Nederlandse staat zichzelf financiert op de geld -en kapitaalmarkten) in de schatkist aan te houden. Deze regeling trad per 31 december 2013 in werking. De provincie Zuid-Holland heeft sinds de introductie aanzienlijke bedragen in de schatkist aangehouden. Naar aanleiding van deze begroting is het de verwachting dat Zuid-Holland eind 2016 geen overtollige liquide middelen meer in de schatkist heeft.

Rentevisie

De tarieven in de geld- en kapitaalmarkt bevinden zich nog steeds op een historisch laag niveau. De kwantitatieve verruiming door de Europese Centrale Bank (ECB) zorgt voor een neerwaartse druk van de lange rente. Doordat de economische cijfers voor de eurozone zijn verbeterd kan de inflatie geleidelijk oplopen. Hierdoor zal de ECB waarschijnlijk in september 2016 haar opkoopprogramma beëindigen. De verwachting is dat vooruitlopend hierop de lange rente zal stijgen. De 10-jaars tarieven zullen naar het zich laat aanzien een stijging van circa 0,5% vertonen.

Inleiding

De paragraaf geeft aan hoe de provincie Zuid-Holland haar activiteiten financiert (financieringsbehoefte) en wat de gevolgen hiervan zijn, namelijk de rente en de financieringsrisico's (rente- en kredietrisico's). Een leidraad voor de sturing en de beheersing van de financieringen is het treasurystatuut.

Financieringsbehoefte

Er was in 2016 geen behoefte om nieuwe leningen aan te trekken ter dekking van (nieuwe) investeringen. In 2016 vonden in overeenstemming met de contractuele bepalingen aflossingen plaats op de bestaande vaste leningen voor een totaalbedrag van € 34,2 mln. Hierdoor is de stand geldleningen per ultimo jaar 2016 € 435,7 mln. Het aandeel langlopende schulden op het balanstotaal bedraagt 28%.

De tijdelijk overtollige middelen zijn conform regeling Schatkistbankieren ondergebracht bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Het kredietrisico van de tijdelijke overtollige middelen is gelijk aan het risico op de Nederlandse staat. Gedurende het jaar was sprake van een fluctuerend verloop van de omvang van de liquiditeiten, mede als gevolg van de vertraging die ontstond van de voorgenomen investeringen. Onderstaand worden de standen van de saldi bij de schatkist weergegeven telkens aan het eind van de iedere maand.

Rente

Bij het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen wordt de regeling Schatkistbankieren gevolgd. De rente kan conform de regeling Schatkistbankieren niet negatief zijn. Gedurende het gehele jaar 2016 was de rente bij de rekening courant van de schatkist 0%.

De rentekosten uit hoofde van de vaste leningen bedragen € 21,1 mln. De totale rentekosten in 2016 bedragen 3% van de totale inkomsten. De wet Fido heeft normen opgenomen om grote fluctuaties van de rente (lees renterisico's) te vermijden. Dit zijn de kasgeldlimiet voor de korte termijn en de renterisconorm voor de lange termijn.

Kasgeldlimiet

De norm van de toegestane omvang van de opgenomen kasgelden is de bij Wet Fido bepaalde kasgeldlimiet. De limiet is een bedrag ter grootte van 7% van de jaarbegroting van de provincie bij aanvang van het verslagjaar. Het gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal is het gemiddelde van de netto-vlottende schuld op de eerste dag van iedere maand in het desbetreffende kwartaal. In de onderstaande tabel is de ruimte onder de kasgeldlimiet weergegeven. Hieruit blijkt dat de kasgeldlimiet niet is overschreden.

Toets kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1.000)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddelde netto-vlottende schuld (+)/ gemiddelde overschot volttende middelen (-)

-208.309

-195.470

-288.536

-312.595

Toegestane kasgeldlimiet

51.139

51.139

51.139

51.139

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

259.448

246.609

339.675

363.734

Renterisiconorm

Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm. De renterisiconorm voor de provincie Zuid-Holland heeft betrekking op 20% van het totaal lastbudget van de oorspronkelijke begroting. In het onderstaande overzicht is aangegeven dat de provincie voldoet aan de renterisiconorm

Renterisiconorm 2016

Renterisico op vaste schuld

(bedragen x € 1.000)

2016

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a - 1b)

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a - 3b)

0

5

Betaalde aflossingen

34.158

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2 + 6)

0

Renterisiconorm

8

Begrotingstotaal per 1 januari

730.567

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage

20%

10

Renterisiconorm

146.113

Toets renterisiconorm

10

Renterisiconorm

146.113

7

Renterisico op vaste schuld

0

11

Ruimte (+)/Overschrijding (-) (10 - 7)

146.113

Leningen uit hoofde van publieke taak

De provincie Zuid-Holland heeft in 2016 renteloze leningen per saldo ad € 1,2 mln verstrekt aan het agrarische collectieven voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).

Door de transitie van DLG zijn de leningen van de gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland geëffectueerd. De overeenkomst stamt uit 2012 en lopen door tot het jaar 2024. De oorspronkelijke hoofdsom van beide leningen is per saldo € 3,9 mln.

In 2016 hebben de regionale omroepen de renteloze leningen volledig afgelost.