Paragraaf Grondbeleid

Belang grondbeleid (functies) voor de provincie

Provinciale Staten hebben de basisprincipes van het provinciale grondbeleid vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2013. Het provinciaal grondbeleid onderkent vier basisprincipes:

  • grondbeleid is een middel om provinciale doelen te bereiken;

  • grondbeleid is marktconform;

  • grondbeleid wordt op een wijze uitgevoerd die de vastgoedmarkt niet verstoort;

  • grondbeleid is gericht op het behoud van waarde.

Op een aantal terreinen is de provincie direct verantwoordelijk voor de realisatie van plannen:

  • de aanleg van provinciale wegen, vaarwegen, fietspaden en openbaar vervoerverbindingen, ook wel de grijze doelen genoemd en

  • de realisatie van NatuurNetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) en recreatiegebieden, ook wel de groene doelen genoemd.

Voor wat betreft de realisatie van de groene doelen zal de provincie in 2016 zelf gronden aan- en verkopen en beheren. Tot en met 2013 werden deze taken in opdracht van de provincie uitgevoerd door de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL). Op basis van het Bestuursakkoord Grond (najaar 2013) zijn vanaf 2014 deze taken van DLG / BBL door de provincie overgenomen.

Er is een onderscheid in aanpak van het grondbeleid tussen grijze en groene doelen. Voor de realisatie van de grijze doelen dient de provincie over alle gronden te beschikken en voert de provincie een actief grondbeleid: verwerven en in het uiterste geval onteigenen.

Voor de groene doelen is de focus gericht op het betrekken van grondeigenaren bij de realisatie van deze doelen en krijgen eigenaren ruimte om zelf te realiseren, vrijwel altijd met inzet van de daartoe beschikbare subsidiemiddelen. Uiteindelijk zal ook hier actieve grondverwerving en onteigening aan de orde kunnen zijn.

Een bijzonder onderdeel van het provinciaal groene grondbeleid betreft verkoop in het kader van het zogenaamde 'grond-voor-grond beginsel': de financiering van de realisatie van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) uit de verkoop (of ruil) van voormalig BBL-bezit dat buiten de begrenzing van het NNN of andere groene doelen ligt.

De provincie is verantwoordelijk voor de hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening / ontwikkeling, dat is vastgelegd in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). Lokale overheden en regionale samenwerkingsverbanden zijn primair verantwoordelijk voor de realisatie, maar de provincie brengt partijen bij elkaar en bespreekt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en adviseert of denkt mee over de haalbaarheid en risicobeheersing van gebiedsontwikkelingsprojecten. Er worden maatregelen genomen door risico's te verdelen tussen partners (benoemen van rollen en verantwoordelijkheden) en actief te sturen op de risico's die de provincie toevallen. Bij opstelling van de business case wordt een risicomarge aangehouden (bijvoorbeeld Grond-voor-grond). Andere risico's worden in de risicoparagraaf van de provinciale begroting (Grondbank Zuidplas en OntwikkelingsMaatschappij Nieuw Westland) opgenomen

De provincie heeft er voor gekozen om maar beperkt direct betrokken te zijn bij risicodragende ontwikkeling. Het betreft haar deelname in de Grondbank Zuidplas, de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden

(ROM-D) en de Ontwikkelingsmaatschappij Nieuw Westland.

Bij de uitvoering van het provinciaal grondbeleid worden de financiële consequenties en risico's in beeld gebracht. Dit vergt een gedegen kennis van markt en beleid. De provincie neemt maatregelen om risico's te beheersen. Door monitoring van de uitvoeringsplanning en -realisatie kan bijgestuurd worden op de risicofactoren. De provincie beschikt, net als andere overheden, over instrumenten, zoals onteigening of toepassing voorkeursrecht om plannen te realiseren en daarmee risico's te beheersen.

 

Uitvoering van het grondbeleid in 2016

Projecten

Op bijgaande kaart staan de belangrijkste projecten waaraan de provincie in 2016 een bijdrage zal leveren, verdeeld naar categorie.

Belangrijkste projecten 2016

Bron: Cartografie provincie Zuid-Holland.

 
Vervoersprojecten

Ook in 2016 zal de RijnlandRoute het belangrijkste vervoersproject zijn. De provincie is in onderhandeling met alle eigenaren om de grond op minnelijke basis te verwerven. De procedure ter verkrijging van een onteigeningstitel loopt. De Koninklijke besluiten worden naar verwachting medio 2016 afgegeven. Ondertussen lopen de onderhandelingen door.

Daarnaast wordt voor circa 50 kleine en grote projecten in 2016 aangekocht; een paar belangrijke projecten zijn op bovenstaand kaart aangegeven.

 
Projecten NatuurNetwerk Nederland (NNN) en Recreatie om de Stad (RodS)

Ten behoeve van de beleidsrealisatie van natuur en recreatie zijn in 2016 grondtransacties noodzakelijk. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in:

  • Levering van gronden aan gemeenten in het kader van Recreatie om de Stad (RodS)

  • Aankopen en doorlevering van gronden ten behoeve van de realisatie van het NatuurNetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofd Structuur EHS)

De levering van gronden in het kader van de RodS wordt in 2016 afgerond. De doorlevering van provinciale recreatiegebieden aan gemeenten wordt verder voortgezet.

De doorlevering van gronden ten behoeve van inrichting en beheer van natuurgebieden dient overeenkomstig het Hoofdlijnenakkoord 2015 - 2019 en Europese regelgeving gelijke kansen te bieden aan iedere geïnteresseerde partij (level playing field) op basis van marktconforme prijsvorming. Bij de selectie van de beste partij dient aan de beoordeling van de kwaliteit van het inrichtings- en beheerplan een zwaar gewicht te worden toegekend.

 
Gebiedsontwikkeling

Een aantal opgaven van de provincie is zo omvangrijk dat de provincie een veel intensievere samenwerking zoekt met de regio. Voor het Buijtenland van Rhoon heeft Commissie Veerman (oud-minister van Landbouw) advies gegeven leidend tot een meer organische ontwikkeling van het gebied waarbij gebiedspartijen ('gebiedscorporatie') voor ontwikkeling en realisatie verantwoordelijk zijn. Inmiddels heeft de provincie al een aanzienlijk deel van de gronden in eigendom verworven en de aankoop van gronden in het gebied wordt ook in 2016 voortgezet.

In Krimpenerwaard is met gemeente en hoogheemraadschap (in beginsel) afgesproken dat zij de gebiedsrealisatie ter hand nemen. Voor dit gebied zijn de vastgoedstrategie en business case opgesteld en geaccepteerd.

Met de gemeente Goeree-Overflakkee is afgesproken om agrarische gronden van de provincie in een periode van drie jaar te kopen ter realisatie van plannen in de noordrand van het eiland.

In de Zuidplas is de provincie met een belang van 40% aandeelhouder in de Grondbank Zuidplas.

 

Overdracht van gronden van BBL: Groene Grond.

Overeenkomstig afspraken tussen Rijk en provincie(s) in de Bestuursovereenkomst Grond (2013) heeft de provincie het beschikkingsrecht gekregen over ruim 4.800 ha grond van het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL, categorieën BBL-nieuw en BBL-oud). In 2014 hebben de provincie Zuid-Holland en het Rijk de overdracht van het economische eigendom geregeld. De juridische eigendom wordt gefaseerd aan de provincie geleverd.

Met het Rijk is in het Bestuursakkoord Natuur afgesproken dat de provincie gronden die niet voor de beleidsrealisatie nodig zijn, zal verkopen en de (netto) opbrengsten zal inzetten voor de afronding van het NatuurNetwerk Nederland. Deze verkopen vinden plaats onder de noemer Grond-voor-Grond.

 

Monitor Grond-voor-Grond

Sinds 2014 is de provincie in het kader van Grond-voor-Grond bezig met de planmatige verkoop van het overtollige BBL-bezit buiten het NatuurNetwerk Nederland of andere provinciale doelen conform de onderstaande planning (zie tabel onder punt 1). Deze planning is gebaseerd op de veronderstelling dat, zonder dat er sprake is van marktprijs-verstoring (zie tekst onder punt 3), jaarlijks circa 300 ha landbouwgrond kan worden verkocht. Daarnaast kunnen sommige gronden nog niet worden verkocht, omdat gestudeerd wordt op inzet van deze gronden ten behoeve van meegekoppelde belangen van partners met wie de provincie gebiedsontwikkeling mogelijk wil maken. De resultante is een planning van het op de markt zetten van de gronden in de periode tot 2027. Deze planning vormt de kern van de verantwoording over de realisatie van Grond-voor-Grond.

 
1. Realisatie en Prognose verkoop Grond-voor-Grond.

In juni 2014 heeft het college van Gedeputeerde Staten ingestemd met de notitie “Verkoop BBL oud bezit” waarin de verwachting van het te verkopen areaal tot 2027 is opgenomen. Deze prognose van de opbrengsten is opgenomen in de Begroting 2015, Begroting 2016 en in de Meerjarenraming 2016-2019.

In onderstaande tabel is de planning van de bruto verkoopopbrengsten opgenomen.

Jaar:

ha:

€:

2016

299

18,8 mln

2017

255

13,7 mln

2018

296

14,6 mln

2019

231

9,9 mln

Bij de jaarrekening zal beoordeeld worden of er redenen zijn de (planning van) de opbrengstrealisatie aan te passen, bijvoorbeeld omwille van de ontwikkeling op de agrarische markt of signalen van prijsverstoring ten gevolge van het handelen van de provincie. Via de reguliere planning en control producten zal de begroting zo nodig worden aangepast.

 
2. Waarderingsbeleid Grond-voor-Grond

De balanspositie van de Grond-voor-Grond gronden is verwerkt in de cijfers van de jaarrekening 2014 en is door de externe accountant van de provincie gecontroleerd en als correct beoordeeld.

Het verschil tussen de opbrengsten uit verkoop van de grond, minus risicofactor, minus boekwaarde verkochte grond en minus verkoopkosten is in de begroting opgenomen als dekkingsmiddel voor de realisatie van de NatuurNetwerk Nederland doelstellingen.

 
3. Marktprijsverstoring

De te verkopen gronden zijn allemaal in 2014 gewaardeerd en worden volgens het provinciale grondbeleid marktconform op de markt gezet. Tot op heden (medio 2015) wijken de verkoopopbrengsten marginaal af van de ramingen. Evenmin zijn er tekenen van marktverstoring.

De waardering van de gronden uit 2014 en de prognose van de verkoop vormt eveneens het uitgangspunt voor de komende monitoring. Om de effecten van het handelen van de provincie (en andere partijen) op de vastgoedmarkt inzichtelijk te maken, zal de ontwikkeling op de agrarische grondmarkt worden gevolgd aan de hand van de door het Kadaster beschikbaar gestelde informatie en analyses. Dit kan leiden tot aanpassing van de ramingen maar ook het afzettempo. Zoals eerder betoogd is daar tot op heden geen aanleiding voor, maar in de jaarrekening zal hierop worden teruggekomen.

Bekend is dat het Bureau Beheer Landbouwgronden zogenaamde Bufferzonegronden buiten de beleidscontour, in 2016 in de provincie Zuid-Holland op de (agrarische) markt zal brengen. Ook andere provincies brengen grond op de agrarische markt, maar uiteraard niet in onze provincie.

 
4.Tijdelijk Beheer

Het tijdelijke beheer van de in bezit zijnde gronden is vanaf 1 januari 2015 overgenomen door de provincie. In juli 2014 heeft het college van Gedeputeerde Staten het “Provinciaal beheerkader voor het tijdelijk beheer van de BBL-gronden” vastgesteld en volgens dat kader zijn alle gronden in één of meerjarige geliberaliseerde pacht uitgegeven tegen marktprijzen. Dit tijdelijke beheer heeft betrekking op de te verkopen gronden, maar ook op de reeds ingerichte NNN gronden.

Voor 2016 worden de opbrengsten geraamd op € 1,3 mln en de kosten op € 0,8 mln. Als gevolg van de verkoop van het overtollige bezit en het “doorleveren” van ingerichte gronden aan de terrein beherende organisaties zullen de kosten en opbrengsten uit tijdelijk beheer de komende jaren geleidelijk afnemen.

 

Verbonden partijen met grondexploitaties

Provinciale deelnemingen hebben over het algemeen geen financiële risico's die afhankelijk zijn van toekomstige grondopbrengsten. Alleen in de Zuidplaspolder is daarvan sprake als gevolg van de deelname in de publieke grondbank Zuidplaspolder. Deze gemeenschappelijke regeling heeft gronden aangekocht voor de ontwikkeling van woningen, bedrijven en glastuinbouw. De provincie heeft in 2013 een voorziening getroffen in verband met de mogelijke verliezen op deze grondportefeuille.

Voorts neemt de provincie deel aan:

  • De Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden (ROM-D).

  • De Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland (ONW).

Beide participaties zijn publiek-private samenwerkingsverbanden. De provincie beoogt geen actieve bij ONW. Inmiddels heeft de provincie haar rol in de ONW namelijk beperkt tot die van stille vennoot en het risico is niet groter dan de omvang van het gestorte vermogen.

 

Strategisch bezit

Strategische aankopen worden gedaan als de provincie in de gelegenheid komt om onder gunstige voorwaarden grond aan te kopen die in de nabije toekomst nodig kunnen zijn voor uitvoering van provinciaal beleid. De provincie heeft daar tot op heden spaarzaam gebruik van gemaakt.

 

Beheer en verkoop verspreid provinciaal bezit

De provincie is eigenaar van een behoorlijk aantal verspreid liggende gronden van meestal beperkte omvang. Vaak zijn deze gronden meegekocht voor een provinciaal doel. Deze zogenaamde overhoeken zijn incourante onbebouwde percelen, die niet (meer) van belang zijn voor de uitvoering van een provinciaal project of provinciale dienst en waarvan behoud om strategische redenen niet aan de orde is. Deze gronden worden zoveel mogelijk verkocht. De netto-opbrengst uit verkoop voor 2016 is begroot op € 0,5 mln. Indien dat niet mogelijk blijkt, worden deze onbebouwde percelen in huur of pacht uitgegeven. Door een meer marktconform verhuurbeleid verwacht de provincie een lichte toename van de opbrengst uit verhuur.

 

Overige grondposities

De provincie is eigenaar van de ondergrond van provinciale wegen en vaarwegen en van het provinciehuis. Deze gronden zijn dus onlosmakelijk verbonden met de functie van het gebouwde dat zich daarop bevindt. Op de grond voor wegen en vaarwegen wordt afgeschreven in overeenstemming met het vigerende afschrijvingsregime van wegen of vaarwegen in respectievelijk 30 of 40 jaar. Op de ondergrond van het provinciehuis wordt niet afgeschreven (op het bouwwerk zelf wel). Er is geen risico verbonden aan deze geactiveerde grondposities.

Inleiding

In 2016 is een aantal mijlpalen bereikt. Ten behoeve van de verwervingen voor de Rijnlandroute zijn Koninklijke Besluiten afgegeven op basis waarvan kan worden onteigend. Inmiddels zijn met vrijwel alle partijen de onderhandelingen succesvol afgerond. Voor de aanpak van de Krimpenerwaard hebben Provinciale Staten ingestemd met een aanpak, waarbij de provincie als eerste realisatielijn niet kiest voor verwerving en doorverkoop aan een terreinbeheerder, maar voor faciliteren van eigenaren in het gebied om de natuur- en wateropgave in dat gebied zelf te realiseren en beheren.
Ook de verkoop van grond-voor-grond gaat voorspoedig, mede dankzij een overeenkomst met de gemeente Goeree Overflakkee, waarbij provinciaal grondbezit op de noordrand van het eiland in een termijn van drie jaar wordt verkocht. Dat stelt de gemeente in staat om haar ambities in de noordrand waar te maken. Deze ambities worden door de provincie onderschreven en ondersteund.

Ook met het dossier Zuidplas zijn belangrijke stappen gezet. In het kader van de verstedelijkingsstrategie is een nadere invulling gegeven aan de ambities bij de ontwikkeling van deze locatie.

Al met al is 2016 een oogstjaar, waarin in voorgaande jaren uitgezette lijnen, omgezet zijn in realisatie. Denk ook aan de overdracht van recreatiegebieden aan gemeentes, de openbare verkoop van natuurpercelen en de afspraken over grond in het kader van de uittreding van de provincie uit de schappen.

In totaal zijn er 150 grondtransacties gerealiseerd.

 

Beleidskaders

Op het provinciaal grondbeleid zijn de beleidskaders van toepassing van de Nota Grondbeleid 2013-2017, die een marktconform grondbeleid en een 'level playing field' voorstaan. Tevens beoogt het provinciaal grondbeleid behoud van waarde van haar eigendommen door een goed beheer. In 2016 is het handelingskader pacht door GS vastgesteld, waarin de spelregels voor toewijzing van geliberaliseerde pacht nader zijn uitgewerkt. Tevens is een versnelling van de pachtuitgifte tot stand gebracht zodat medio september voor 80% van de gronden de pachter bekend is.

De provincie koopt marktconform. Om te monitoren of dit daadwerkelijk het geval is en uit oogpunt van functiescheiding wordt tevoren onafhankelijk getaxeerd. Als na onderhandeling de koopprijs meer afwijkt dan 10%, wordt bij besluitvorming getoetst of deze afwijking aanvaardbaar is. In 2016 is bij 2 transacties besloten tot aankoop, hoewel sprake is van een afwijking van meer dan 10% als gevolg van de onderhandelingen. Openbare verkopen van grond, zoals de natuurverkopen, is middels bieding per definitie een marktconform resultaat. Hier is het aantal afwijkingen groter (6 transacties) en betreft onder meer de verkoop van natuurgronden. Deze markt is nog sterk in ontwikkeling.

In 2016 zijn 3 cassatiearresten en 1 arrest gewezen. Verder is in 2016 één onteigeningsvonnis gewezen en loopt er eind 2016 nog één onteigeningsprocedure.


De belangrijkste projecten uitgelicht

De belangrijkste projecten in realisatie zijn in onderstaande kaart aangegeven. Deze kaart is gelijk aan de kaart zoals die is opgenomen in de paragraaf Grondbeleid van de Begroting 2017. Niet alle projecten zijn aangegeven; omwille van de leesbaarheid zijn tal van kleinere projecten, zoals fietspaden of aanpassingen van rotondes, weggelaten.

 

Realisatie verkeers- en vervoersprojecten

Realisatie infrastructuuropgaven

De provinciale verwervingsportefeuille voor verkeer en vervoer heeft betrekking op de realisatie van de aanleg van provinciale infrastructuur (wegen, fietspaden en vaarwegen). In 2016 heeft de provincie ten behoeve van infraprojecten gronden verworven. In sommige gevallen is, net als in het verleden, meer grond verworven dan noodzakelijk was voor de geplande werken. Deze extra verwerving wordt gerealiseerd indien bijvoorbeeld het restant voor de eigenaar niet meer te exploiteren is of als door de aankoop van de extra gronden de totale verwerving wordt bespoedigd. Dit surplus aan gronden wordt zo spoedig mogelijk doorverkocht of geruild en ontvangen middelen vloeien terug naar het projectbudget.

In 2016 zijn voor de realisatie van de infrastructuurprojecten in 38 aankopen, 2 verkopen, 5 grondruilingen en 13 overige (met name opstalrecht en erfpacht) transacties verricht. In totaal is voor circa € 12 mln aangekocht en voor € 0,01 mln verkocht. Deze aan- en verkopen zijn begroot en gerealiseerd binnen de programma's van de beleidsdirecties.

De aankopen ten behoeve van infraprojecten in 2016 zijn verricht voor:

  1. Rijnland Route € 8,6 mln

  2. N215 Melissant € 1,2 mln

  3. N207 Vredenburglaan € 1,2 mln

  4. N207 € 0,5 mln

  5. N444 € 0,5mln

  6. Overige projecten € 0,2 mln

Voor de overige infrastructuurprojecten zoals diverse groot onderhoudsprojecten (o.a. N489, N218, N211/N465) zijn de werkzaamheden opgestart voor de grondverwerving maar dit heeft nog niet geleid tot concrete transacties.
De enige verkopen in het kader van infraprojecten in 2016 zijn verricht voor de Parallelstructuur A12.

Grondverwerving Rijnlandroute.

Het grootste project binnen dit totaal betreft de Rijnlandroute. Na lange voorbereiding heeft in 2014 de provincie formeel besloten tot de aanleg van de Rijnlandroute, een gemeenschappelijk project van het Rijk en provincie Zuid-Holland. De provincie verzorgt alle grondonderhandelingen en bereidt alle procedures voor, dus ook voor het rijksdeel van de opgave. In 2016 zijn een drietal Koninklijke Besluiten afgegeven op basis waarvan onteigend kan worden. Met een groot aantal partijen is onderhandeld om op minnelijke basis de grond te verwerven. Ook na het afgeven van de koninklijke besluiten is dooronderhandeld en inmiddels is met vrijwel alle partijen overeenstemming bereikt. In 2016 zijn voor dit project 20 grondaankopen gedaan voor een bedrag van € 8,6 mln. De totale kosten van grondverwerving blijven binnen het toegewezen grondkostenbudget van de Rijnlandroute.

 

Deelname in verbonden partijen met grondexploitaties of grondposities

Grondbank Zuidplas

De (gemeenschappelijke regeling) Grondbank Zuidplas is het stallingsbedrijf van de strategische grondposities in het project Zuidplas. De bank richt zich uitsluitend op beheer en uitname van (reeds) verworven gronden. Hiervoor wordt in plaats van een aankoopstrategiekader jaarlijks een uitnamestrategiekader vastgesteld. De provincie is middels haar aandeel van 40% in de gemeenschappelijke regeling Grondbank Zuidplas, mede-eigenaar van gronden die in de afgelopen jaren zijn gekocht ten behoeve van de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Als gevolg van de vastgoedcrisis zijn de ambities bijgesteld. De eerder getroffen voorziening en maatregelen om het hierdoor ontstane verlies binnen de Grondbank te compenseren, zijn in 2016 voldoende gebleken. Deelnemers dragen jaarlijks de rentelasten van de uitstaande leningen, voor de provincie bedraagt dit € 1,6 mln.

In de periode tot 2030 zullen in de provincie nog 230.000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden om tegemoet te komen aan de huisvestingsvraag. De Zuidplas speelt hierin een rol. In 2016 is een visie ontwikkeld voor het gebied, die gedeeld is met de deelnemers binnen de gemeenschappelijke regeling.

 

Strategische aankopen

In 2016 hebben geen strategische grondaankopen plaatsgevonden. De provincie is terughoudend met het doen van strategische aankopen in verband met de daaraan verbonden risico's.

 

Natuur en recreatie

Realisatie grond-voor-grond-, natuur- en recreatie-opgaven

Realisatie beleidsopgave NatuurNetwerk Nederland (NNN voorheen EHS (Ecologische Hoofdstructuur))

Voor de realisatie van de NNN zijn in 2016 diverse gronden aangekocht voor een totaalwaarde van

€ 1,7 mln. De aankopen betroffen met name de Groene Waterparel (€ 1,1 mln) en Gouwe Wiericke (€ 0,4 mln).

Verwezen wordt naar de realisatiestrategie in de Krimpenerwaard (zie gebiedsprocessen).

Grond-voor-Grond: verkopen

De provincie verkoopt een deel van haar gronden aan derden om middelen te genereren voor de realisatie van de NNN. Dit wordt Grond-voor-Grond (GvG) genoemd. De gronden die hiervoor in aanmerking komen, zijn de gronden gelegen buiten de begrenzing van NNN of RodS. In de periode tot 2027 moet circa € 108,8 mln netto aan opbrengsten (= € 136 mln bruto - € 27,2 mln kosten en marktrisico) worden gerealiseerd.

In 2016 is in totaal € 37 mln gegenereerd uit verkoop van gronden. De opbrengst van € 37 mln komt ten gunste van de realisatie van de NNN. De totale verkoopraming voor 2016 bedroeg € 28 mln. Het verschil wordt met name verklaard door de versnelling in de 1e tranche verkoop van gronden aan de gemeente Goeree-Overflakkee met een totale opbrengst van € 20,2 mln. Maar ook de gestegen prijzen van agrarische grond hebben geleid tot een hogere totaalopbrengst dan aanvankelijk geraamd. Dit laatste heeft effect op de totale nog te verwachten opbrengst uit verkoop grond-voor-grond. Dit is becijferd op € 15 mln extra middelen. Tegenover hogere opbrengsten staan ook hogere kosten van nog voor de natuuropgave te verwerven grond.

Naast de verkopen heeft OGZ ook nog enkele strategische aankopen in 2016 gedaan voor een bedrag van € 3,2 mln. Het zijn gronden die naar verwachting ingezet zullen worden bij kavelruil situaties.

In het kader van het uittreden van de provincie uit de recreatieschappen zijn nog enkele provinciale gronden binnen de begrenzing van de recreatieschappen aan de recreatieschappen of de rechtsopvolgers van de recreatieschappen.


Monitor Grond-voor-Grond

Eind 2016 is de Grondprijsmonitor 2016 opgesteld. Deze monitor heeft tot doel te beoordelen of de provincie haar grond-voor-grond gronden marktconform verkoopt en tevens de agrarische grondmarkt in Zuid-Holland niet verstoort. Ten behoeve van deze monitor heeft de provincie de relevante data vanaf 2013 met betrekking tot de aan- en verkoop transacties binnen het agrarische gebied van Zuid-Holland betrokken van het kadaster. Vervolgens heeft een analyse plaatsgevonden tussen het gemiddelde prijsniveau van de transacties tussen derden en de agrarische transacties waarbij de provincie betrokken is geweest. Voor gebieden waar de provincie op jaarbasis een marktaandeel heeft (in omvang van het aantal transacties) van minder dan 10% zijn de transacties in de analyse buiten beschouwing gelaten.

Op basis van deze uitgevoerde analyse blijkt dat het gemiddelde prijsniveau van de transacties waar de provincie betrokken bij is geweest niet veel afwijkt van het gemiddelde prijsniveau bij de overige transacties. Tevens blijkt dat in de gebieden waar de provincie een marktaandeel heeft van > 10% het prijsniveau eveneens niet sterk afwijkt. Op basis hiervan is geconcludeerd dat de provincie marktconform handelt en de grondmarkt niet verstoort. De Grondprijsmonitor 2016 is begin 2017 ter informatie aan GS aangeboden.


Beheer grond-voor-grond en groene grond

In 2016 heeft Gedeputeerde Staten het handelingskader pacht vastgesteld. Met dit handelingskader zijn de spelregels voor toewijzing van geliberaliseerde pacht nader uitgewerkt. Tevens is invulling gegeven aan het beginsel van waardebehoud, door toewijzing van pacht te verbinden aan de toegestane teelt. Door wisseling van teelt behoudt de grond zijn agrarische waarde. Verder is tegemoet gekomen aan de wensen van de pachters om de gronden twee maanden eerder toe te wijzen. De provincie heeft circa 217 pachtcontracten in geliberaliseerde pacht uitgegeven. De verpachte gronden liggen overwegend in gebied dat in het kader van Grond-voor-Grond in de komende jaren op de markt zal worden gezet. Voor gronden binnen de beleidsbegrenzing wordt rekening gehouden met de toekomstige bestemming en inrichting van het gebied door beperkende pachtvoorwaarden.

In 2016 is een netto opbrengst gegenereerd van € 1 mln.


Verkoop provinciale recreatiegebieden (PRG)

De provincie is voornemens alle provinciale recreatiegebieden te verkopen en in beheer over te dragen. Provinciale recreatiegebieden zijn gebieden die niet onder het beheer van een recreatieschap vallen, maar rechtstreeks in beheer en eigendom zijn van de provincie. Deze worden eerst aan de gemeente aangeboden en, indien de gemeente niet geïnteresseerd is, middels een biedingsprocedure (natuurverkoop) op de markt gezet.

In 2016 is het provinciale recreatiegebied Zwetheul overgedragen aan het recreatieschap Midden-Delfland.

Daarnaast is voor de volgende PRG's via openbare verkoop de overdracht gerealiseerd: Elzenweg, Kraaijenbos, Kade N214, Zijdebrug, Achterdijkse Kade, Visplaats Alblas en Oud Alblas.


Overdracht van provinciaal eigendom in recreatieschapsgebieden

De provincie wil uit de provinciale recreatieschappen treden. In de regel is het bij een recreatieschap in beheer zijnde gebied ook in eigendom (of erfpacht) bij het recreatieschap. Gebleken is dat beheergrens en provinciaal eigendom niet altijd overeenkomen. Inmiddels is dit voor 6 schappen gecorrigeerd door overdracht van provinciaal eigendom aan de schappen. Voor twee schappen moet eigendomsoverdracht nog geëffectueerd worden.


Verkoop / overdracht van gebieden in kader Recreatie om de Stad (RodS)
In 2016 is verder uitvoering gegeven aan de bestuurlijke afspraak dat de RodS-opgave door de gebiedspartijen wordt gerealiseerd. Dit betekent dat het eigendom, inrichting (waar nodig) en beheer wordt overgedragen aan gemeenten en waterschappen. De volgende RodS-gebieden zijn in 2016 overgedragen:

  • Nieuwe Dordtse Biesbosch aan de gemeente Dordrecht;

  • Nieuwe Driemanspolder aan het Hoogheemraadschap van Rijnland;

  • Waalbos aan de gemeente Ridderkerk;

  • Groenzoom aan de gemeenten Langsingerland en Pijnacker-Nootdorp;
    Zwethzone aan gemeente Midden Delfland

  • Donkse Velden aan het recreatieschap IJsselmonde.

In 2017 wordt de overdracht afgerond.


Gebiedsprocessen

750 ha PMR (project Buijtenland van Rhoon)

Naast de realisatie van de Tweede Maasvlakte heeft het convenant Project Mainport Rotterdam (PMR) de doelstelling om het leefklimaat rond Rotterdam te versterken door de realisatie van 750 ha groene recreatie- en natuurgebieden. In dat kader is de provincie verantwoordelijk voor het Buijtenland van Rhoon, als onderdeel van het PMR, dat in zijn geheel een rijksopgave is. Het Buijtenland van Rhoon is circa 600 ha groot. Na de eerdere aanbeveling van dhr. Veerman voor een meer open proces en te streven naar een gebiedscoöperatie voor de verwezenlijking van dit doel, hebben externe deskundigen onder leiding van dhr. Verdaas de mogelijkheden en het draagvlak voor een dergelijke aanpak verder verkend. De resultaten van de verkenning zijn besproken met het Rijk, en gekozen is voor uitvoering conform de geadviseerde lijn.

Grondeigenaren kunnen er ook voor kiezen hun bedrijf elders voort te zetten en in onderhandeling te gaan met de provincie over aankoop. Dit heeft in 2016 geleid tot de aankoop van 46 ha grond voor in totaal € 3,8 mln.


Krimpenerwaard: zelfrealisatie en duurzaam beheer als realisatiestrategie

De Krimpenerwaard is één van de grootste natuur- en wateropgaven binnen de provincie. Het gebied en het nagestreefde natuurdoeltype leent zich uitstekend voor een combinatie van ondernemen en realiseren en beheren van de natuur. Een aantal agrarische ondernemers zijn geïnteresseerd. Daarom heeft de Stuurgroep Krimpenerwaard gekozen voor zelfrealisatie als eerste strategie om de ambitie te verwezenlijken en de provincie gevraagd om deze oplossing mogelijk te maken. Hiervoor heeft de provincie de instrumentenkoffer ontwikkeld. De instrumentenkoffer faciliteert ondernemers om hun bedrijf aan te passen, zodat er sprake is van een bijdrage aan de natuurdoelen en een gezonde bedrijfsvoering. De provincie helpt de stuurgroep om deze aanpak in praktijk te brengen. Bij welslagen van deze aanpak komt de inrichting en beheer van een groot deel van dit gebied in handen van meerdere ondernemers. Het is noodzakelijk dat deze ondernemers hun aanpak onderling afstemmen in een gebiedscoöperatie, waarmee een robuust natuurbeheer geborgd is (duurzaam beheer).

Deze nieuwe realisatiestrategie betrekt lokale ondernemers bij de opgave en draagt bij aan meer draagvlak.

Het is verre van vrijblijvend. Zelfrealisatie heeft ingrijpende gevolgen voor de bedrijfsvoering en daarom is ook gekozen voor intensieve begeleiding van ondernemers die hiervoor kiezen. Maar het is ook geen vrijblijvende keuze. Met ondernemers die niet kiezen voor zelfrealisatie zal worden onderhandeld worden over aankoop, beëindiging of verplaatsing van hun bedrijf. In 2016 zijn de eerste verkennende gesprekken met ondernemers gevoerd. De verwachting is dat dit in 2017 leidt tot intentie- en uitvoeringsovereenkomsten.

 

Beheer en verkoop van verspreid bezit

De provincie beschikt over verspreide eigendommen die kunnen worden verkocht als ze geen nut meer hebben voor de provinciale dienst én niet van strategisch belang zijn met het oog op gebiedsontwikkeling. Veelal betreft het kleinere stukjes grond die alleen interessant zijn voor eigenaren van aangrenzende percelen. Daarom is gekozen voor een vraaggericht verkoopbeleid. Zodra een eigenaar van een aangrenzend perceel belangstelling toont voor een perceel wordt bekeken of verkoop mogelijk is en onder welke voorwaarden tot verkoop kan worden overgegaan. In 2016 hebben 18 verkoop-transacties met betrekking tot verspreid bezit plaatsgevonden. Dit leverde een baat op van € 0,2 mln. Voor zover verkoop niet mogelijk of opportuun is, verhuurt of verpacht de provincie vastgoed. De opbrengsten daaruit bedroegen in 2016 circa € 0,3 mln.

Verder is voor het project Gouda Zuiderijsseldijk in 2016 € 0,8 mln aan gronden verkocht.
In 2016 is gestart met een planmatige uitvoering van de Wet Herverdeling Wegen. Dit betekent dat het eigendom van wegen, die reeds beheerd worden door gemeenten, ook daadwerkelijk worden overgedragen. Inmiddels is de provincie in gesprek met 8 gemeenten om de overdracht te realiseren.

 

Verkoop van voormalige steunpunten en dienstwoningen

Het aantal steunpunten van de Dienst Beheer Infrastructuur wordt verminderd. Hierdoor komen onroerende zaken vrij die op de markt worden gebracht. De meeste zijn inmiddels verkocht. In 2016 is het steunpunt Haastrecht verkocht (€ 0,2 mln) en is het steunpunt DBI Hellevoetsluis (terug)gekocht (€ 0,3 mln). De provincie heeft nog drie dienstwoningen in eigendom, die verkocht worden op het moment dat de woningen vrij van huur zijn.