Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De Paragraaf Lokale heffingen bevat informatie over de heffingen die Zuid-Holland oplegt op basis van door Provinciale Staten vastgestelde verordeningen. Het gaat hierbij achtereenvolgens om de opcenten op de Motorrijtuigenbelasting, precariobelasting, Legesverordening Omgevingsrecht (Wabo) en de heffing voor Grondwaterbeheer. De opbrengsten uit de opcenten en precario dienen als algemeen dekkingsmiddel; de inkomsten uit de overige twee heffingen dienen als dekkingsmiddel voor de uitvoering van specifieke activiteiten. De provincie heeft geen beleid voor het kwijtschelden van opgelegde heffingen.

 
Meerjarenraming

Opbrengsten
(bedragen x €1.000)

Jaarrekening
2014

Begroting
2015 na VJN

Begroting
2016

Raming
2017

Raming
2018

Raming
2019

opcenten Motorrijtuigenbelasting

327.677

330.000

323.000

325.000

326.000

329.000

Uitvoering Wabo

1.580

2.700

2.107

2.107

2.107

2.107

Precario en leges

1.431

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

Algemeen grondwaterbeheer

1.308

1.370

1.370

1.370

1.370

1.370

Totaal Baten

331.996

335.120

327.527

329.527

330.527

333.527

 

Toelichting op de heffingen

Verordening op de heffing van de opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting

Het belastinggebied van de provincies is ten aanzien van algemene belastingen beperkt tot de opcenten op de Motorrijtuigenbelasting en precariobelasting. De opcenten genereren de grootste opbrengst. Het tarief voor de opcenten wordt door Provinciale Staten vastgesteld. Het tarief mag het wettelijk maximum niet overschrijden. Dit maximum is, via de Septembercirculaire Provinciefonds, voor 2016 vastgesteld op 110,6 (vergelijk 2015 110,1).

In het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019 is voorgesteld om het tarief van de opcenten in 2016 met 3 opcenten te verlagen ten opzichte van 2015. Dit betekent dat nu een tarief wordt gehanteerd van 92 opcenten. Dit tarief geldt voor de gehele collegeperiode (2016 – 2019). Als gevolg hiervan neemt de lastendruk voor de automobilist in Zuid-Holland af.

Door de verlaging van het tarief nemen de opbrengsten met € 10 mln af ten opzichte van de ramingen in de Begroting 2015. Dit is opgenomen in het financieel kader van het Hoofdlijnenakkoord.

Naast het tarief is de opbrengst afhankelijk van wettelijke maatregelen (bijvoorbeeld vrijstellingen energiezuinige auto's), de ontwikkeling van het wagenpark en het betaalgedrag van de automobilist.

Van de belastingdienst wordt 2 maal per jaar (per 1 juli en per 1 december) een wagenparkoverzicht ontvangen. Het overzicht per 1 juli is de basis voor de raming in de begroting.

Voor 2016 is rekening gehouden met een ontwikkeling van het wagenpark met 0,67%. Dit is in overeenstemming met de groei van het wagenpark in 2015 (per juli). Op grond van de ontwikkeling van de economie en de verwachtingen van brancheorganisaties is voor 2016 uitgegaan van dit percentage.

Voor de jaren 2017 – 2019 is een groeipercentage gebruikt van 0,5%. Dit is conform het uitgangspunt in de (meerjaren-)Begroting 2015.

In de raming wordt rekening gehouden met een behoedzaamheid van 1% vanwege onzekerheden in de realisatie van de geschetste ontwikkeling en het betaalgedrag van de automobilist. De inning gebeurt door de belastingdienst en de afrekening gebeurt op basis van werkelijke ontvangsten. De belastingdienst verstrekt maandelijks overzichten van de werkelijke ontvangsten. Deze worden gebruikt voor monitoring van de raming en bij de Najaarsnota wordt beoordeeld of de behoedzaamheidsmarge kan vrijvallen.

 
Verordening precariobelasting Zuid-Holland

De provincie heft precariobelasting 'voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond'. In de bij de Verordening precariobelasting behorende tarieventabel zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. In 2015 zijn de tarieven voor de precariobelasting niet geïndexeerd. Voor 2016 wordt voorgesteld om de tarieven wederom niet te indexeren.

 
Legesverordening Omgevingsrecht (Wabo)

Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) per 1 oktober 2010 heft de provincie leges voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De provincie is bevoegd gezag voor het milieudeel (IPPC/BRZO) en voor de zogeheten BRIKS-taken[2]. De uitvoering van het bevoegd gezag ligt bij de omgevingsdiensten. De provincie int voor de aanvragen BRIKS de leges, die hiervoor de kosten gedeeltelijk moeten dekken. De Wabo legesverordening is benoemd als Legesverordening Omgevingsrecht provincie Zuid-Holland 2013.

 
Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland

Op grond van de Waterwet en de Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland heft de provincie een belasting per kubieke meter onttrokken grondwater. Het tarief van de heffing is zodanig vastgesteld dat de opbrengst de gemaakte kosten niet te boven gaat. Het tarief bedraagt € 0,0113 per kubieke meter onttrokken hoeveelheid water.

 

Lokale lastendruk

De lokale lastendruk wordt voor veruit het grootste deel bepaald door de opcentenheffing.

In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk (als gemiddelde belastingsom per auto) weergegeven.

 
Tabel gemiddelde lastendruk per auto door heffing opcenten

Jaar (bedragen in €)

2013

2014

2015

2016

Gemiddelde lastendruk per auto door opcentenheffing

239

227

231

227

De gemiddelde lastendruk is ten opzichte van 2015 met ongeveer 2% gedaald door de combinatie van de tariefsverlaging en areaalontwikkeling.

IPPC staat voor Integrated Prevention and Control, BRZO staat voor Besluit Risico Zware Ongevallen. BRIKS staat voor Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop.

Lokale heffingen

Opbrengsten
(bedragen x €1.000)

Jaarrekening
2015

Primaire Begroting
2016

Gewijzigde Begroting
2016

Jaarrekening 2016

Verschil gewijzigde Begroting - Jaarrekening

Grondwaterbeheer

1.715

1.370

1.370

539

-831

opcenten motorrijtuigenbelasting

331.616

323.000

326.000

324.362

-1.638

Precario en leges

1.005

1.050

1.050

1.135

85

Uitvoering Wabo

2.131

2.107

2.700

1.301

-1.399

Totaal

336.467

327.527

331.120

327.337

-3.783


Toelichting op de heffingen

Verordening op de heffing van de opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting

Het belastinggebied van de provincies is ten aanzien van algemene belastingen beperkt tot de opcenten op de motorrijtuigenbelasting en precariobelasting. De opcenten genereren de grootste opbrengst. Het tarief voor de opcenten wordt door Provinciale Staten vastgesteld. Het tarief mag het wettelijk maximum niet overschrijden. Dit maximum is in 2016 110,6 (vergelijk 2015 110,1). In het Hoofdlijnenakkoord 2015-2019 is voorgesteld om het tarief van de opcenten in 2016 met 3 opcenten te verlagen. Dit betekent dat een tarief van 92 opcenten is gehanteerd.

Ten opzichte van 2015 is de realisatie van de inkomsten Motorrijtuigenbelasting in 2016 daarom lager. In 2015 werd € 331,6 mln gegenereerd en in 2016 € 324,4 mln. Het aantal belaste motorrijtuigen is ten opzichte van een jaar geleden gestegen met ruim 2%. In de Najaarsnota 2016 is de raming op basis van de periodieke afdracht van de belastingdienst naar boven bijgesteld door het laten vrijvallen van de veiligheidsmarge van 1%. Hierdoor is de raming bijgesteld van € 323 mln naar € 326 mln. De uiteindelijke realisatie ligt hier tussenin. De afwijking is minimaal, namelijk 0,5%. Omdat de realisatie afhankelijk is van meerdere factoren, zoals de groei van de economie in combinatie met de ontwikkelingen in het wagenpark, landelijke en lokale politieke besluitvorming en het betaalgedrag van belastingplichtigen kan de uiteindelijke afdracht niet 100% nauwkeurig voorspeld worden. Desalniettemin is de realisatie nagenoeg gelijk gebleken aan de verwachting.


Verordening precariobelasting Zuid-Holland

precariobelasting wordt geheven over het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van de provincie Zuid-Holland.

In de verordening precariobelasting zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. Voor het belastingjaar 2016 zijn de tarieven voor de precariobelasting niet geïndexeerd. De heffingen 2016 zijn opgelegd conform de bij de verordening behorende tarieventabel.

Enerzijds is de realisatie van de precariobelasting onderhavig aan fluctuatie van de omzetten motorbrandstoffen van de reguliere benzinestations.

Anderzijds is er in 2016 sprake van een nieuw benzinestation dat gedurende het jaar in de precarioheffing is betrokken.

De fluctuaties in de omzetten van de reguliere benzinestations en de realisatie van het nieuwe station verklaren gezamenlijk het verschil van € 85.000.


Legesverordening Omgevingsrecht (Wabo)

Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) per 1 oktober 2010 heft de provincie leges voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De provincie is bevoegd gezag voor het milieudeel (IPPC/BRZO) en voor de zogeheten BRIKS-taken. De uitvoering van het bevoegd gezag ligt bij de omgevingsdiensten. De provincie int voor de aanvragen BRIKS de leges, die hiervoor de kosten gedeeltelijk moeten dekken. De Wabo legesverordening is benoemd als Legesverordening Omgevingsrecht provincie Zuid-Holland 2013.

De heffingen 2016 zijn opgelegd conform de bij de verordening behorende tarieventabel.


Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland

Op grond van de Waterwet en de Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland heft de provincie een belasting per kubieke meter onttrokken grondwater. Het tarief van de heffing is zodanig vastgesteld dat de opbrengst de gemaakte kosten niet te boven gaat. Het tarief bedraagt € 0,0113 per kubieke meter onttrokken hoeveelheid water. De heffingen 2016 zijn opgelegd conform de tarieventabel behorende bij de verordening.

 

Lokale lastendruk

De lokale lastendruk wordt voor veruit het grootste deel bepaald door de opcentenheffing.

In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk (als gemiddelde belastingsom per auto) weergegeven.

Tabel gemiddelde lastendruk per auto door heffing opcenten

Jaar (bedragen in €)

2013

2014

2015

2016

Gemiddelde lastendruk per auto door opcentenheffing

212

231

231

225

De gemiddelde lastendruk is afgenomen door de verlaging van het opcententarief en de toename van het aantal motorrijtuigen in verschillende segmenten.