Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Provinciale infrastructuur, wegen en vaarwegen

De provincie is eigenaar en beheerder van de provinciale infrastructuur. Deze infrastructuur bestaat uit de volgende objecten:

Wegen (525 km)

 
  • Verhardingen

Rijbanen (450 ha), rotondes (54 ha), kruisingen (55 ha), parallelwegen (63 ha), fiets- en voetpaden (131 ha)

  • Vaste kunstwerken

Vaste bruggen (230), viaducten (59), tunnels (92), duikers (167)

  • Bermen en groen

Grasbermen (1.080 ha), bomen (37.000), beplanting (110 ha), bermsloten (160 ha)

  • Verkeer- en vervoervoorzieningen

Verkeersborden (38.000), verkeersregelinstallaties (122), verkeersmonitoring, route-informatie

Vaarwegen (141 km inclusief vaarweg door open water)

  • Oevers

Damwanden met deksloof (75 km), zetsteenglooiingen (140 km), oevers met stads uiterlijk (20 km), natuurvriendelijke oevers (2 km)

  • Beweegbare kunstwerken

Beweegbare bruggen (67), sluizen (6)

  • Vaarwegbodems

Vaarwegbodems (611 ha)

  • Nautische voorzieningen

Brugbediening, remmingswerken (58), wachtplaatsen (348)

Bedrijfsvoering

Gladheidsbestrijding, gebouwen en steunpunten, voer- en vaartuigen, juridisch beheer en overige bedrijfsvoering

 

Bron: areaalgegevens provincie, telling 1 januari 2014

 

Beleidskader

In de Nota Onderhoud kapitaalgoederen 2012-2015 (deel infrastructuur Wegen en Vaarwegen) is het beleidskader vastgelegd voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen, inclusief civiele kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader leidt tot een bestendige situatie waarin de infrastructuur wordt onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteit tegen minimale kosten. Het provinciale beleid voor het beheer en onderhoud is uitgewerkt in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015. Het maatschappelijk belang van de infrastructuur staat hierin centraal. Vanuit de functie van de infrastructuur wordt bepaald of beheer en onderhoud noodzakelijk is. Ook vindt de uitvoering van maatregelen op een traject zo veel mogelijk geclusterd plaats en wordt afgestemd met andere beheerders om de hinder voor de gebruiker te beperken en de beschikbaarheid te maximaliseren. Dit resulteert in een systematiek met planmatig onderhoud en een structurele, integrale en trajectgewijze aanpak. Hierbij wordt uitgegaan van een basiskwaliteitsniveau: een sober en doelmatig minimaal niveau, waarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving en vastgesteld provinciaal beleid.

In 2015 is het Meerjarenprogramma Onderhoud (MPO), dat vorig jaar voor het eerst is opgesteld, samen gegaan met het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI). Het geïntegreerde MPOI geeft een compleet beeld van de voorziene uitgaven voor de bestaande en geplande provinciale infrastructuur over een termijn van 30 jaar. De totale budgetbehoefte is berekend op een basiskwaliteitsniveau en op basis van de huidige functie van de infrastructuurobjecten. De kosten voor het beheer van het provinciale netwerk zijn bepaald voor de hele levensduur, het 'eeuwigdurend onderhoud' (ontwerplevensduur), waarbij dagelijks beheer en onderhoud, grootschalig onderhoud en vervangingen zijn meegenomen.

Grootschalig onderhoud en vervangingen worden alleen uitgevoerd als dat aantoonbaar nodig is. Daarvoor worden periodieke inspecties en conditiemetingen uitgevoerd en wordt in trajectstudies nader onderzoek gedaan. Voor een termijn van drie jaar vooruit worden de noodzakelijke projecten gedefinieerd. De werkelijke jaarlijkse budgetbehoefte vertoont hierdoor afwijkingen (pieken en dalen) van de gemiddelde budgetbehoefte gebaseerd op normkosten. De normkosten gaan immers uit van een perfect gelijkmatige leeftijdsopbouw, onderhoudsstaat en onderhoudsbehoefte van het areaal. Het programmamanagement is erop gericht de som van de kosten van alle projecten binnen de toegekende dekkingsbronnen te houden. Het programmamanagement brengt een rangorde naar prioriteit aan tussen projecten en in maatregelen binnen projecten. Door bij pieken in de budgetbehoefte alleen uitvoering te geven aan maatregelen en projecten met een hoge prioriteit worden de lasten in de tijd gespreid en wordt de werkelijke budgetbehoefte afgevlakt naar het niveau van de gemiddelde normkosten zonder dat hiermee achterstanden in onderhoud ontstaan en de functionele kwaliteit onder het afgesproken niveau komt.

Echter, tegenvallers bij de uitvoering en samenwerking en afstemming met andere partijen (wegbeheerders) kunnen tot vertraging leiden en daarmee tot het doorschuiven van het budget. Gezien dit grillige patroon bestaat er behoefte aan het kunnen egaliseren van de jaarlijkse budgetten. Bij de vaststelling van de uitbreiding van het procedureel kader voor nieuwbouw, beheer en onderhoud van provinciale infrastructuur (juni 2014) is besloten op basis van het Meerjarenprogramma Onderhoud de mogelijkheden na te gaan om in de provinciale begroting van 2016 een voorziening voor onderhoud te vormen om deze schommelingen op te vangen. Aangezien eind 2015 / begin 2016 de budgetbehoefte voor beheer wordt herzien, wordt de overweging daarin meegenomen.

Sinds 2007 worden alle wegtrajecten volgens de cyclus van planmatig onderhoud aangepakt. Met de trajectgewijze aanpak is niet alleen een inhaalslag gemaakt met het onderhoud van de verhardingen, maar ook de bijbehorende kunstwerken. In 2016 heeft het programma Wegen de eerste volledige cyclus afgerond. Al het areaal is volledig geïnspecteerd en naar het gewenste onderhoudsniveau gebracht. Bij de vaarwegen is de vervanging en het onderhoud van slechte oevers (op basis van conditiemeting 2011, conform NEN2767) versneld uitgevoerd. Uit onderzoek blijkt ook de kwaliteit van de vaste en beweegbare civiele kunstwerken beter dan in 2010 werd voorzien bij het opstellen van de Nota Budgetbehoefte 2012-2015.

Het groot onderhoud bij kunstwerken is gericht op verlenging van de levensduur waarmee vervanging kan worden uitgesteld. Vervanging wordt zo veel als mogelijk gecombineerd met functionele verbeteringen, die als ambitie worden meegenomen in het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI).

 

Meerjarenonderhoudsplan, MPO Wegen en Vaarwegen 2016-2025

Op basis van de systematiek van planmatig onderhoud met een structurele integrale, trajectgewijze aanpak zijn 128 trajecten gedefinieerd (op basis van impact op de omgeving, complexiteit en doelmatigheid): 10 vaarweg-trajecten en 118 wegtrajecten. De beheercyclus is voor wegen eens in de zes jaar en voor vaarwegen eens in de tien jaar. In trajectstudies wordt gericht onderzoek gedaan om de noodzakelijke maatregelen te bepalen. De meeste projecten zijn meerjarig gepland. Het MPO Wegen en Vaarwegen is onderdeel van het geïntegreerde MPOI en wordt jaarlijks geactualiseerd.

 

Financieel

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen worden in de begroting geraamd in doel 2-1, taak 2.1.1 en 2.1.2. De hiervoor meerjarig beschikbare materiële middelen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De budgetten voor functionele verbeteringen aan bestaande infrastructuur zijn opgenomen in het MPI, doel 2-1, taak 2.1.4 en taak 2.1.5.

 
Meerjarig netto exploitatiebudget en investeringen voor beheer en onderhoud wegen en vaarwegen (exclusief kapitaal- en apparaatslasten )

(bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

Dagelijks beheer en onderhoud

26.350

26.377

27.641

27.794

Planmatig onderhoud

33.356

33.929

34.965

37.712

Totaal exploitatie uitgaven

59.706

60.306

62.606

65.506

Planmatig onderhoud (investeringen in jaar activeren)*

39.543

73.996

65.661

45.293

* Het grillige activeringspatroon ontstaat door de gekozen activeringssystematiek met een aanloopfase in 2014 tot en met 2016. Het programmamanagement is erop gericht de som van de kosten van alle projecten binnen de voor het programma beschikbare middelen te realiseren.

 

Recreatiegebieden

 

Algemeen

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buiten-stedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. Daarnaast heeft de provincie een deel van de recreatiegebieden in eigendom en beheer, de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG's). De PRG's beslaan, conform de Nota Uitgangspunten Overdracht PRG's (2013), 670 ha verspreid over 26 gebieden. Deze PRG's liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

 

Beleid

De door Provinciale Staten vastgestelde Beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel recreatie) vormt het beleidskader voor de rol, functie en het prijs-, kwaliteits- en onderhoudsniveau van de provinciale recreatiegebieden (PRG's). Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen goed worden onderhouden en de functionele kwaliteit ervan wordt gewaarborgd. Als zodanig wordt voorkomen dat er achterstallig onderhoud optreedt waardoor er extra kosten moeten worden gemaakt om dit in te lopen of dat er door achterstallig onderhoud schadeclaims ontstaan.

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en besloten het beheer van de PRG's over te dragen aan gemeenten of private partijen. Deze ingezette lijn is stilzwijgend doorgetrokken in het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019. Vanuit de afdeling Water en Groen wordt gewerkt aan de overdracht van de PRG's 2014-2017. De overdracht van PRG's wordt in een breder kader geplaatst van besprekingen over het verhogen van de recreatieve kwaliteit in regionale groengebieden.

In 2014 en 2015 zijn zeven (vier in 2014 en drie in 2015) gebieden daadwerkelijk overgedragen, waaronder de Klinkenbergerplas en het Ghoybos. Verder zijn er diverse PRG-overdrachten bij Leiden en Haaglanden in de besluitvormingsfase. In de tweede helft van 2015 zijn ook voorbereidingen getroffen voor de overdracht van provinciale recreatiegebieden in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. De feitelijke overdracht van de PRG's in deze regio vindt naar verwachting plaats in 2016 en 2017.

 

Meerjarenplan

De afgelopen jaren werd in de gebieden, door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud, een constante kwaliteit nagestreefd. Dit heeft geresulteerd in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Meerjaren Programma Provinciale Recreatiegebieden 2008-2013 (De basis op orde). Deze is niet meer geactualiseerd, vanwege de voorgenomen overdracht van de recreatiegebieden aan andere partijen. Wel is voor het Vlietland, als grootste PRG, die op middellange termijn zal worden overgedragen, een beheerplan inclusief meerjarenonderhoudsplan opgesteld. De kosten worden gedekt vanuit het reguliere budget.

Het terreinbeheermodel (TBM) is de basis waarop de kosten van het beheer zijn berekend. Er wordt beheerd op het niveau van Schoon, Heel en Veilig. Voor de PRG's, die voorlopig nog in eigendom blijven, wordt jaarlijks bekeken welke noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en investeringen in het volgende jaar moeten worden gepleegd. Deze werkwijze geeft ook een meerjarendoorkijk, waardoor geanticipeerd kan worden op een eventuele integrale heroverweging van functies, doelen en middelen voor de PRG's.

Voor Vervangingsinvesteringen zijn geen voorzieningen getroffen.

 

Financiële aspecten

Het beleid is gericht op structureel beheer, waarbij in de jaarlijkse lasten naast het reguliere onderhoud ook rekening wordt gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

 
Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale recreatiegebieden

(bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

Onderhoud provinciale recreatiegebieden (regulier + groot onderhoud)

1.687

1.687

1.687

1.687

Vervangingsinvesteringen

0

0

0

0

De afkoopsommen voor beheer en onderhoud, zoals die aan gebiedspartijen worden verstrekt bij de overdracht van PRG's, worden gefinancierd uit het Uitvoeringsprogramma Groen. De door overdracht van PRG's bereikte jaarlijkse besparing op onderhoud en beheer PRG's zal, wanneer geëffectueerd, worden ingezet als dekking voor de overeengekomen jaarlijkse provinciale beheerbijdragen aan nieuw ingerichte recreatiegebieden zoals Bentwoud, Duivenvoorde Corridor, Ruyven en Bieslandse Bos.

 

Gebouwen

 

Algemeen

De provincie Zuid-Holland heeft verschillende soorten gebouwen in beheer en onderhoud. Een deel van de gebouwen is eigendom en een deel is gehuurd. Het betreft kantoorpanden op de locaties Den Haag, Dordrecht en Schiedam, evenals bedieningscentrales, brug- en sluiswachtershuisjes, dienstwoningen, depots / werven en molens.

 

Beleid

Provinciale Staten hebben in 2011 de Nota Onderhoud kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015, vastgesteld. Beleidsuitgangspunt was hierbij dat een sober en doelmatig kwaliteitsniveau conform NEN-normering op het wettelijk minimum, conditieniveau 3 wordt gehanteerd. In uitwerking op deze nota hebben Gedeputeerde Staten in 2012 het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 voor planmatig beheer en onderhoud vastgesteld. Een belangrijk onderdeel is het inzichtelijk hebben van een meerjarenonderhoudsplan. Het 'Beheerplan Gebouwen' wordt elke vier jaar geactualiseerd.

In 2010 is besloten om het provinciehuis aan te passen naar de moderne eisen van deze tijd. De vastgestelde Strategische HuisvestingsVisie (SHV) 2010-2014 heeft dan ook als doel om de medewerkers te ondersteunen onder meer op het gebied van resultaatgericht werken en flexibiliteit. Een nieuwe inrichting van de bouwdelen A en B door middel van een flexibel kantoorconcept is vastgesteld in samenhang met een digitale infrastructuur (onder andere plaats onafhankelijke PC, telefoon en Wi-Fi) en het Nieuwe Werken (houding en gedrag). Uitwerking van het Bestuursgebouw (bouwdeel C) vindt op een later moment plaats.

 

Meerjarenplan

Het beheer en onderhoud van de gebouwen is vooral gericht op functionaliteit, het garanderen van veiligheid en het op peil houden van de staat van onderhoud van de gebouwen. Vanwege de samenloop met de SHV is in 2014 een 'nulmeting' voor het onderhoud van het Provinciehuis gedaan. Doelstelling van deze nulmeting was de huidige en gewenste staat (conditie) van de gebouwen te bepalen en een prognose te maken in welk jaar de bouwkundige en installatietechnische elementen vervangen en/of gerenoveerd moeten worden.

In 2015 is het Meerjarenonderhoudsplan 2016 - 2030 (MJOP) vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Dit MJOP gaat uit van een lange termijn visie investeringsprogramma tot en met 2030 en heeft betrekking op alle bouwdelen van het Provinciehuis in Den Haag.

In 2015 zijn de bouwdelen A en B conform het SHV opgeleverd. In 2015 is het beleid met betrekking tot de bouwdelen C en D voorbereid en voorgelegd aan Provinciale Staten. In 2016 wordt uitvoering gegeven aan dit beleid waarbij de prioriteit ligt op bouwdeel C. De verbouwing van de bouwdelen C en D zal integraal en in samenhang uitgevoerd worden, waarbij zowel het investerings- en exploitatiebudget efficiënt wordt ingezet.

De planning is dat deze verbouwing duurt tot en met 2017.

 

Financiële aspecten

De kosten van de investeringen in groot onderhoud worden als volgt verdeeld:

  • De vervangingsinvesteringen op basis van het SHV 2010-2014 worden deels gerealiseerd in de periode t/m 2017. Hiervoor is nog een investeringskrediet beschikbaar ter grootte van € 8,5 mln; deze wordt vanaf 2018 geactiveerd.

  • De vervangingsinvesteringen op basis van het MJOP 2016-2030, ter grootte van € 12,7 mln worden voor de periode 2016 -2018 vanaf 2019 geactiveerd.

De kosten voor groot en klein onderhoud moeten in de jaarlijkse vastgoedexploitatie worden opgenomen conform het BBV; hier wordt wel de mogelijkheid van een voorziening open gehouden. Omdat de jaarlijkse exploitatielasten voor huisvesting hebben geleid tot pieken, is bij de vaststelling van het MJOP in 2015 ook de voorziening Groot onderhoud MJOP gebouwen ingesteld. Hier wordt vanuit de exploitatielasten jaarlijks een dotatie van € 1 mln aan de voorziening gedaan, met een eenmalige startdotatie van € 3,9 mln. Dit is budgettair verwerkt in het Hoofdlijnenakkoord.

 
Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale gebouwen

(bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

Investeringen gebouwen project SHV programma 5

0

8.445

0

0

Investeringen onderhoud gebouwen MJOP programma 5

4.269

3.916

4.631

0

Totaal

4.269

12.361

4.631

0

 
Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale gebouwen

(bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

Exploitatie regulier onderhoud gebouwen MJOP / Voorziening programma 5

4.530

1.000

1.000

1.000

Exploitatie regulier onderhoud gebouwen programma 5

150

150

150

150

Exploitatie regulier onderhoud gebouwen programma 2

185

185

185

185

Totaal

4.865

1.335

1.335

1.335

Provinciale infrastructuur, wegen en vaarwegen


Areaal

Het provinciale areaal is in ruwweg drie groepen te verdelen en bestond op 1 januari 2016 uit:

  • Wegen en vaste kunstwerken: circa 731 ha verhardingen, 162 rotondes, 237 vaste bruggen, 1.024 ha bermen en 149 ha bermsloten, 37.256 bomen, 123 VRI-installaties, 137 km geleiderail en 24 km geluidswering.

  • Vaarwegen en beweegbare kunstwerken: circa 235 km oever, 601 ha te baggeren vaarwegen, 62 beweegbare bruggen en 6 sluiscomplexen.

  • Bedrijfsvoeringsmiddelen zoals steunpunten, inspectievaartuigen en -“voertuigen, en gladheidsbestrijdingsmateriaal.

In het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) is een gedetailleerde opgave van het areaal opgenomen.


Beleidskader

In juni 2016 hebben PS de Nota Onderhoud kapitaalgoederen 2016-2019 (deel infrastructuur Wegen en Vaarwegen) (NOK) vastgesteld (besluitnummer 6903). Met deze nota zijn de uitgangspunten en kaders vastgesteld waarbinnen GS het beheer van de bestaande en toekomstige provinciale infrastructuur uitvoeren. Het uitvoeren van het beheer binnen de in deze nota geformuleerde kaders voorkomt dat achterstanden in het onderhoud en kapitaalvernietiging ontstaan.


Realisatie 2016

In 2016 is conform het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) planmatig onderhoud uitgevoerd aan de wegtrajecten:

  • N206B A4 - Leiden (km 9,4 - 11,1)

  • N206C A44 - Katwijk (km 15,0 - 24,0)

  • N207D Boskoop - Alphen aan den Rijn (km 27,8 - 33,0)

  • N207G Hillegom - Nieuw-Vennep (km 58,9 - 59,34)

  • N208A/B A44 - Lisse/Hillegom (km 5,6 - 13,9)

  • N217C Numansdorp - Maasdam (km 17,6 - 23,6)

  • N218B Geervliet - Zwartewaal/N57 (km 5,1 - 11,5)

  • N219B/C Nieuwerkerk aan den IJssel/A20 - Zevenhuizen/A12 (km 7,9 - 13,9)

  • N442A De Zilk (Noordwijkerhout) - Hillegom (km 0,5 - 2,4)

  • N447B Voorschoten - Leiden (km 8,3 - 9,1)

  • N456B Moordrecht - Gouda (km 3,5 - 5,4)

  • N464A Poeldijk - Wateringen (km 2,2 - 4,6)

  • N491A Strijen - Maasdam (km 2,4 - 6,4)

  • N498A Oude Tonge (km 27,0 - 27,8)

De volgende wegen zijn niet in 2016 afgerond vanwege afstemming met de omgeving, bereikbaarheid, uitvoering in juiste seizoen en/of een langere voorbereidingstijd:

  • N216B Ottoland/N214 -“ Groot Ammers (km 7,6 - 15,0)

  • N445A/B Reconstructie brug Rijpwetering

  • N464A Poeldijk - Wateringen (km 4,2) / Reconstructie Uithofselaan

Onderstaand project is eerder afgerond dan in het PZI was voorzien

  • N215A Stellendam - Melissant (km 6,6 -12,2)

In 2016 zijn conform PZI op diverse vaarwegtrajecten planmatig onderhoudsprojecten uitgevoerd. De projecten die afgerond zijn in 2016 zijn:

  • Vervanging oevers langs:
    • traject 1: Delftse Schie
    • traject 2: Rijn-Schiekanaal
    • traject 9: Gouwe, oevers Boskoop
  • Planmatig onderhoud Bruggen
    • traject 2: Rijn-Schiekanaal

De volgende onderhoudsprojecten aan vaarwegen zijn niet in 2016 afgerond vanwege afstemming met de omgeving, bereikbaarheid, uitvoering in juiste seizoen en/of een langere voorbereidingstijd:

  • Vervanging oevers traject 6: Oude Rijn

  • Planmatig onderhoud Bruggen traject 7: Aarkanaal

  • Herinrichting terrein Julianasluis

Onderstaand project is eerder afgerond dan in het PZI was voorzien

  • traject 10: Planmatig onderhoud bruggen Sluis Gorinchem


Financiële aspecten

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen worden in de begroting geraamd en verantwoord in Doel 2-1 Instandhouding, bereikbaarheid en verkeersveiligheid op orde.

(bedragen x € 1.000)

Begroting stand NJN

Rekening

Saldo

Dagelijks beheer en onderhoud, taak 2-1-1

26.473

24.065

2.408

Planmatig onderhoud, taak 2-1-2

33.356

31.553

1.803

Totaal exploitatie-uitgaven*

59.829

55.618

4.211

Totaal geactiveerde investeringen*

25.140

20.317

4.823

* exclusief uitgaven ten behoeve van functionele verbeteringen en overdracht areaal

Het verschil tussen begroting en realisatie is voor de exploitatie-uitgaven verantwoord in doel 2.1, en voor de geactiveerde investeringen in de jaarrekening, onderdeel overzicht baten en lasten.

 

Recreatiegebieden

Beleid

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en hebben zij besloten om in te zetten op overdracht van de provinciale recreatiegebieden aan gemeenten, terrein beherende organisaties of private partijen.

Sinds 2013 zijn diverse provinciale recreatiegebieden overgedragen. In voorbereiding zijn overdracht van Valkenburgse Meer, Ruyven, Leidschendammerhout en Vogelplas Starrevaart en gebieden in de Alblasserwaard. Naar verwachting zal de overdracht in beheer en eigendom van het provinciaal recreatiegebied Vlietland als laatste plaatsvinden. Voor het Vlietland, als grootste provinciaal recreatiegebied, is een actueel beheerplan inclusief meerjarenonderhoudsplan vastgesteld.

Totdat de gebieden worden overgedragen wordt een constante kwaliteit nagestreefd door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud. Daarbij is het terreinbeheermodel (TBM) de basis waarop de kosten van het beheer zijn berekend, net als bij de natuur- en recreatieschappen. Er wordt beheerd op het niveau van Schoon, Heel en Veilig. In de jaarlijkse lasten wordt naast het reguliere onderhoud ook rekening gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.


Beheer

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buitenstedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. De provincie heeft een deel van de recreatiegebieden zelf in eigendom en beheer. Dit zijn de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG's). Eind 2015 is het areaal van PRG's circa 550 ha, verspreid over 20 gebieden. De bekendste gebieden zijn Vlietland (290 ha) en het Valkenburgse Meer (21 ha). Deze PRG's liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

(bedragen x € 1.000)

Begroting

Rekening

Saldo

Onderhoud provinciale recreatiegebieden

1.472

1.318

154

 

Gebouwen

Beleid

Provinciale Staten hebben op 3 februari 2016 de Nota Onderhoud kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2016-2019, vastgesteld. Beleidsuitgangspunt was hierbij dat een sober en doelmatig kwaliteitsniveau conform NEN-2767 normering op het wettelijk minimum, conditieniveau 3 wordt gehanteerd. Voor de komende 4 jaar staan de volgende kwaliteitsaspecten centraal: functionaliteit, veiligheid en representatie. In uitwerking op deze nota hebben Gedeputeerde Staten in 2016 het Beheerplan Gebouwen 2016-2019 voor planmatig beheer en onderhoud vastgesteld. Een belangrijk onderdeel is het inzichtelijk hebben van een meerjarenonderhoudsplan. Het 'Beheerplan Gebouwen' wordt elke vier jaar geactualiseerd.

In 2010 is besloten om het provinciehuis aan te passen naar de moderne eisen van deze tijd. De vastgestelde Strategische HuisvestingsVisie (SHV) 2010-2014 heeft dan ook als doel om de medewerkers te ondersteunen onder meer op het gebied van resultaatgericht werken en flexibiliteit. Een nieuwe inrichting van de bouwdelen C en D is ontwikkeld. De verbouwing van D wordt in 2017 afgerond en de verbouwing van C zal aansluitend worden uitgevoerd.


Beheer

Het beheer en onderhoud is planmatig georganiseerd en mede gericht op het actueel houden van de genoemde functionaliteiten. Het onderhoud van het provinciehuis is uitgevoerd op basis van het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 en is uitgewerkt in een jaarlijks te actualiseren Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP).

Het MJOP voor het provinciehuis is geactualiseerd naar de huidige inzichten en prijsniveau 2015 en gecorrigeerd voor de periode 2015-2030. De hieruit verkregen inzichten worden gebruikt als basis voor het onderhoud, maar vooral om een systeem van planmatig onderhoud te operationaliseren en te optimaliseren. Het vormt mede de basis voor een (kosten) efficiënte aanpak van verbouwingen. Het MJOP is in 2015 vastgesteld.

De huisvestingsbehoefte van de provincie is veranderd, mede als gevolg van de reorganisatie Focus met Ambitie en het project Het Nieuwe Werken. Reductie van de formatie en een andere manier van werken in een flexibel kantoor leveren in de komende jaren vermindering van werkplekken en daardoor besparing in ruimtegebruik op.
Op basis van de Strategische Huisvestingsvisie 2010-2014 is een inrichtingsmodule ontwikkeld voor de invoering van het flexibel kantoorconcept in de bouwdelen A en B die in maart 2015 zijn opgeleverd binnen tijd en budget. Voor het C-gebouw is in mei 2016 een Visie vastgesteld om in zijn geheel een eigentijds karakter te geven en aandacht te schenken aan het thema duurzaamheid. In september 2016 is gestart met de renovatie van het

D-gebouw op basis van het MJOP. Hiermee is tevens het gebouw gebruiksklaar voor de tijdelijke inhuizing van de bewoners van het C-gebouw. Het project wordt in april 2017 bouwkundig opgeleverd.


Onderhoud

In 2016 hebben de volgende werkzaamheden plaatsgevonden:

  • De buitenschil van het trappenhuis van het B-gebouw is gerenoveerd

  • De luchtbehandelingskasten van A/B zijn intern gerenoveerd

  • Het gebouwbeheersysteem is up to date gemaakt samen met het plaatsen van een weerstation om beter te kunnen sturen op het binnenklimaat

  • Verwarmingsleidingen van A en B zijn geïsoleerd

  • De inductie units in A en B zijn gereinigd

  • Dakveiligheid is aangepast en vervangen aan de geldende eisen

  • Buitenverlichting is vervangen

  • Het archief van het C-gebouw is aangepast aan de geldende ARBO normen